ID-DOC: algemeen zoeken

Hieronder kan u een algemeen trefwoord invoeren en een algemene zoekactie doen. 

Geef ons een seintje als je problemen ondervindt met deze pagina via info@mot.be.

Zoek naar: werktuig


Zoekresultaten 1,201 - 1,250 1,422 resultaten gevonden
Tandschaaf (v.)
De tandschaaf dient om twee vlakken die samengelijmd moeten worden, ruwer te maken opdat de lijm zou houden; ook om zeer harde houtsoorten te bewerken (1). Het is een kleine blokschaaf waarvan de nagenoeg verticale beitel over de helft van zijn lengte, aan de bovenzijde, kleine evenwijdige groefjes vertoont zodat de snede getand is (2). Zie ook steilblokschaaf. [MOT] (1) FELIBIEN: 187. (2) BERGHUIS b: 56 onderscheidt een grove van een fijne tandschaaf.
Tang voor bijenramen (v.)
Voor het verzamelen van de honing of het controleren van de bijenkasten kunnen (1) de ramen, nadat ze met de bijenraamheffer lichtjes zijn losgewrikt, met een tang voor bijenramen uit de kast worden genomen. Een tang voor bijenramen waarbij de ramen langs de bovenzijde uit de kast worden genomen is een U-vormig werktuig uit twee scharnierende gelijke delen. De uiteinden zijn afgeplat en lichtjes omgebogen of vormen een haak. Het werktuig is meestal voorzien van een veer en is soms gecombineerd met een bijenraamheffer. Een tang voor bijenramen voor kasten met achterbehandeling, d.i. waarbij de raten via de achterzijde worden uitgenomen, en met warme bouw (2) bestaat uit twee hefbomen van de eerste soort (totale lengte = 26 cm), die rond een op ca. een derde van hun lengte geplaatste spil draaien. De platte bek staat haaks op de armen die voorzien zijn van een bladveer. MUSSCHE: 20 vermeldt een gecombineerd werktuig in gepolierd staal met hefboom. Het dient om de ramen los te maken en uit...
Tang voor handtas-armaturen (v.)
Om de randen van het leder te beschermen en om de bevestiging van handvatten en sluitstukken mogelijk te maken, worden handtassen soms voorzien van een armatuur. Er bestaan verschillende tangen om dit armatuur aan te brengen. Zij hebben allemaal een haakvormige bovenkaak die recht naar beneden geplooid is en met het uiteinde op de rechte benedenkaak terechtkomt. De haakvormige bovenkaak heeft steeds een andere vorm afhankelijk van het doeleinde. Zo kan deze wigvormig zijn om de U-vormige groef van het armatuur te openen zodat het leder erin kan geplaatst worden. Dat gebeurt met een tang met een dunne bovenkaak; het leder wordt over de kaak geplaatst, het armatuur wordt tussen de kaken gevat en het leder wordt in het armatuur geduwd. Het armatuur wordt dichtgeknepen met een tang met een dikkere, in doorsnede rechthoekige haakvormige bovenkaak. [MOT]
Tang voor schapenstaart (v.)
Tang voor het afbinden van de staarten en van de testikels van lammeren. De bek van deze tang bestaat uit vier pinnen. Daarmee kan de veeboer een elastiek openspannen en die rond de staart of rond de balzak van het lam plaatsen om hem af te binden. Het gedeelte na de elastiek sterft uiteindelijk af door een gebrek aan bloedcirculatie. [MOT]
Tang voor smeltveiligheid (v.)
De elektricien gebruikt een tang voor smeltveiligheid om de patronen van smeltveiligheden te installeren en te verwijderen. Afhankelijk van het type patroon - bv. cilindrisch patroon, glazen zekering CEHESS, enz. – en dus ook van het aantal volt wordt een ander model van tang gebruikt. Het werktuig bestaat uit een plastic, vroeger bakeliet, tang (ca. 20 cm) met afgeronde bekken. Soms is er een mof in rubber bijgeleverd voor het hanteren van glazen zekeringen. Voor de patronen van zware smeltveiligheden (tot 12000 V) die vroeger gebruikt werden in kleine verwerkingsbedrijven (van bv. verlichtingsarmaturen) werd een lange (ca. 115 cm) (1) houten tang met porseleinen isolatoren op de armen gebruikt. De tang kan al dan niet voorzien zijn van een aarding in de vorm van een kabel. Zie ook sleutel voor DIAZED-smeltveiligheid. [MOT] (1) E & E: 353; vermeldt dat deze tang in 2 maten bestaat en toont ook een ander model.
Tangpraam (v.)
De tangpraam is een metalen of houten tang bestaande uit twee hefbomen van de tweede soort (zie glossarium), die door middel van een scharnier, een ring of een touw met elkaar verbonden zijn. De twee armen zijn recht of gebogen. In het eerste geval zorgt de verbinding ervoor dat er ruimte overblijft wanneer het werktuig dichtgeknepen wordt; zo wordt de lip niet geplet. De dubbele boog in het tweede geval heeft dezelfde bedoeling. Een heugel op een van de armen en een ring op de andere maken het mogelijk het werktuig in een bepaalde stand te houden; een touw dat aan een arm vast is, vervult dezelfde rol. De tangpraam knijpt de zeer gevoelige bovenlip (1) van een paard tijdens een behandeling om de aandacht van het dier af te leiden én om een kalmerende en verdovende werking teweeg te brengen bij verontrustende (bv. oogverzorging) of pijnlijke ingrepen (vgl. praam) (2). [MOT] (1) Volgens ''Antique medical instruments'': 226 zou de tong gevat worden, maar er schijnen geen andere sporen te...
Tapeindtrekker (m.)
De tapeindtrekker (1) is een ijzeren staaf, gelijkend op een schroefboorijzer, met linkse schroefdraad. Hij dient om vastzittende schroeven en bouten terug uit een werkstuk te kunnen trekken, wanneer deze niet voldoende gegrepen kunnen worden met andere middelen, omdat ze gebroken zijn, geen hoofd meer hebben of vastgeroest zijn.Deze nieuwe werktuigfiche is in opbouw. [MOT](1) Tech-Term: 24.16
Tapijtsnijder (hand) (m.)
Voor het op maat snijden van geweven, getufte en geperste tapijten met een rug van schuim of jute, kan men een tapijtsnijder gebruiken. Hij bestaat uit een halfmaanvormige of een parallellogramachtig werktuig met handvat dat onderaan voorzien is van een zool die tussen het tapijt en de vloer glijdt. Het voorste gedeelte van het werktuig glijdt langsheen een liniaal. Daar waar het werktuig voorzien is van een uitsparing bevindt zich een vervangbaar mesje dat zowel een scheermesje als een wegwerpmesje kan zijn. Eerstgenoemde vormt een hoek van ca. 45° met de geleider, laatstgenoemde een hoek van ca. 135°. Sommige modellen zijn voorzien van een veer die het tapijt tegen de zool duwt. [MOT]
Tapijtspanner (m.)
De tapijtspanner is een handwerktuig om vaste tapijten te leggen. Na aan één zijde te zijn vastgespijkerd, wordt het tapijt uitgerekt met deze spanner. De methode is vergelijkbaar aan de singelspanner. (1)Een kloppervormig model met paddenstoelvormig uiteinde wordt gebruikt om tapijt tot aan de rand van muren en andere obstakels te duwen. Het getande houten vlak wordt plat op het tapijt geplaatst en in het tapijt gestoken. Het uiteinde van het houten handvat wordt met de knie vooruit geduwd om het tapijt vooruit te schuiven (2). [MOT](1) JELLEMA: 145-146.(2) SALAMAN: 491.
Tapmes (o.)
Rubber wordt gewonnen uit het melksap (latex) van de hevea's. De winning gebeurt door de levende boom te tappen met het tapmes. De latexvaten worden dwars doorgesneden. Daarom wordt de tapsnede in een helling van ongeveer 30° met het horizontale vlak gemaakt waardoor de latex langs de snede afvloeit. Onder de snede bevestigt men een metalen gootje, waardoor de latex in het opvangbakje terechtkomt (1). Het tapmes heeft een metalen gebogen lemmet met aan het uiteinde een U-vormige gebogen lip en een recht houten hecht van ca. 10 cm. Bij het tappen wordt met deze scherpe lip een baststrookje van ca. 1,5 cm dikte weggesneden. Het tapmes lijkt op de boomrits waarmee een te vellen boom wordt gemerkt en op de klompenmakersrits waarmee de klompenmaker versieringen aanbrengt op klompen. [MOT] (1) Zie bv. VAN DEN ABEELE & VANDENPUT: 374.
Teelklompje (o.)
Ter bescherming van de hand gebruikt de griendwerker een teelklompje bij het planten van stekhout. Elke twijg wordt in de grond gestoken dankzij het gewicht van de arbeider. Hij neemt het klompje in de palm van zijn hand, legt het over het uiteinde van de stek en duwt het in de grond. Meestal is het teelklompje de neus van een kinderklomp. Het kan ook het uiteinde van een koehoorn zijn. [MOT]
Teenmes (o.)
Het teenmes (1) is een klompenmakerswerktuig om de punt en eventueel de randen van de hiel binnenin glad te snijden. Het is een kort (4-6 cm) tweesnijdend blad, aan een uiteinde enigszins gebogen, in een rechte staaf eindigend. Door een angel of een dille is het met een rechte (2) houten steel verbonden. Het geheel is 50-70 cm lang. De steel wordt met beide handen gevat en het uiteinde ervan rust soms op de schouder van de vakman. [MOT] (1) De Franse benaming "rouanne de sabotier" duidt soms het teenmes aan (Encyclopédie: Oenomie rustique. Manière de faire les sabots 12), soms het zoolmes. Blijkens de afbeelding van de N.L.I. zou het ook een rits (?) (zie klompenmakersrits) kunnen zijn. (2) Franse auteurs halen soms een T-steel aan (zie DELMAS: 11: rouanne emmanchée en barre de T, en NAUTON: 3. afb.40.)
Teenschaafje (o.)
Het teenschaafje (1) dient om een teen aan een zijde effen te maken of om haar over de hele lengte dezelfde dikte te geven. Het werktuig bestaat uit één of twee scherpe blaadjes geklemd in drie op elkaar haaks staande plankjes van ca. 5 cm. Het houten gedeelte kan ook uit één stuk gesneden zijn. Vaak is de zool, d.i. de binnenzijde van de U-vorm, beslagen met een ijzeren plaat. Het blaadje staat niet haaks maar schuin tegenover de zool. De afstand tussen snede en zool kan overal dezelfde zijn maar dikwijls is hij aan een zijde groter. Zo kunnen tenen van verschillende dikte worden bewerkt. Wanneer er twee blaadjes zijn, staat het tweede dichter bij de zool dan het eerste. Dat laatste snijdt een laag af, het tweede een andere, om te vermijden dat het werktuig de teen zou splijten in plaats van ze te snijden (2). Eén hand vat het werktuig, de andere de teen die tussen de zool en het blad wordt geduwd en dan verder wordt getrokken. Het teenschaafje wordt dus niet zoals een gewone schaaf...
Tegeldrager (m.)
Deze nieuwe werktuigfiche is in opbouw. [MOT]
Tegelsnijder (m.)
Met de tegelsnijder snijdt de tegelzetter de glazuurlaag van tegels in. Eerst zet hij een rechte lijn uit daar waar hij de tegel wil afbreken; vervolgens snijdt hij met de tegelsnijder langs een liniaal de glazuurlaag in om tenslotte de tegel met een tegeltang op deze plaats af te breken. De tegelsnijder bestaat uit een vierkante stalen schacht met een hardmetalen snijvlak waarmee de glazuurlaag ingekrast kan worden en die gelijkenis vertoont met de zinksnijder. De punt kan ook vervangen worden door een klein hardmetalen wieltje, dat haaks in de houten of kunststoffen hecht steekt. Om mooi evenwijdig met de tegelrand te kunnen snijden zijn er modellen die bestaan uit twee hefbomen van de derde soort verbonden door een veer. Een arm is voorzien van een snijwieltje, maatindeling en een verplaatsbare geleider waartegen de rand van de tegel wordt gelegd. De andere arm, met rubberen rolletje op het uiteinde, wordt met een stelschroef tot tegen de tegel geduwd. Door de tegel tussen het snijwieltje...
Tegeltang (v.)
De tegelzetter breekt tegels op maat met een tegeltang. Eerst zet men een rechte lijn uit waar men de tegel wil afbreken en vervolgens snijdt men de glazuurlaag in met een tegelsnijder. Tenslotte vat men de tegel met de tang op de lijn en knijpt de tang dicht. De tegel breekt precies op die plaats af. De kaken zijn aangepast aan het doel: de onderste kaak is smal en oefent een grote druk uit op één plaats om de tegel te breken. De bovenste kaak is breed en gevleugeld en houdt de tegel tegen. De vleugels staan licht gebogen zodat de druk nog verhoogd wordt. Op de onderste kaak zit ook een wieltje om telkens iets verder te rollen bij het breken van de tegel. Zie ook dakpantang en marmertang. [MOT]
Tegelvorm (m.)
Houten raam (wilgen, beuken, soms eiken), waarin de klei omgevormd wordt tot een tegel (of een platte pan). Het bestaat uit vier houten plankjes, samengehouden door pen-en-gatverbindingen. De twee lange plankjes zijn naar buiten toe verlengd, aan één zijde vrij kort en aan de andere langer om als handvatten te dienen. Ook hier (zie steenvorm) duidt een inkeping de onderkant aan. De afmetingen van de tegelvorm houden rekening met de krimp van de klei tijdens het drogen. Het gebruik van de tegelvorm is de eerste stap in het vormingsproces van de tegel. Na een gedeeltelijke droging, waardoor de kleitegel voldoende gekrompen zal zijn, zal men hem op het juiste formaat snijden (zie snijvorm (tegelbakker). [EMABB]
Tengelhamer (m.)
De tengelhamer is een hamer van ca. 800-1200 gr, gebruikt door timmerlieden (1), die op de klauwhamer (timmerman) lijkt maar waarvan de klauw bijna recht is. Ook is één van de punten langer dan de andere. De ambachtsman kan aldus zijn werktuig in een balk slaan om een steunpunt te hebben wanneer hij op het timmerwerk of de stelling klimt (2) en ook om te vermijden dat de hamer zou vallen (3). [MOT] (1) Volgens SALAMAN: 220 zou ook de kistenmaker dat werktuig gebruiken. Met de punt zou hij gaten slaan in de metalen banden. (2) Te vergelijken met sommige enterbijlen en brandweerbijlen (zie brandweerbijl). Hier dienen de punten echter ook tot het openbreken. (3) Volgens EMY: 1.76 en SALAMAN: 220 dient de punt ook om een spijkergat te slaan.
Theetangetje (o.)
Met een theetangetje laat men losse thee in het kopje of de theepot trekken. Men belet zo dat de theeblaadjes in het water gaan ronddrijven.  De kaken bestaan uit twee gazen zakjes of twee zeefjes uit inox, die men opent door de armen van de tang dicht te knijpen. Men kan zo makkelijk het theetangetje vullen of ledigen. De tang sluit zich automatisch wanneer men geen druk meer uitoefent op de armen of ze wordt toegehouden door middel van een ring. Indien de armen te kort zijn wordt er een kettinkje met haakje voorzien om over de rand van het kopje of de theepot te hangen. Zie ook theeëi. [MOT]
Theezeefje (o.)
Bij het schenken van losse thee uit een theepot in het kopje gebruikt men een theezeefje om de theeblaadjes op te vangen. Het theezeefje kan bestaan uit verschillende materialen (zilver, porselein, inox, roestvrij staal, gedraaide metaaldraad, bamboe (1) of plastic) en in verschillende vormen voorkomen. Eén model bestaat uit een licht geperforeerd potje met beweegbare beugel om aan de hals van de theepot te hangen. De beugel kan een 'pincetje' uit ijzerdraad bevatten dat in het uiteinde van de hals van de theepot kan worden gestoken. Zo komt het theezeefje steeds boven het kopje te hangen tijdens het inschenken van de thee. Andere modellen bestaan uit een rond geperforeerd of geweven zeefje met steeltje of twee horizontale oortjes. Deze zeefjes worden lichtjes boven het kopje gehouden tijdens het schenken van de thee. Sommige (tafel)modellen hebben een opvangbakje waar het zeefje in past wanneer het niet wordt gebruikt. Andere komvormige zeefjes zijn draaibaar opgehangen aan een standaard...
Theeëi (o.)
Met een theeëi laat men losse thee in een kopje trekken. Het heeft een eivormig metalen, zilveren of porseleinen geperforeerd recipiënt (ca. 3-5 cm doorsnede) dat in het midden open gaat en dat aan een kettinkje bevestigd is. Men vult het met theeblaadjes en hangt het in een kopje met het kettinkje over de rand. Naast de gebruikelijke eivorm bestaan er ook fantasiemodellen in de vorm van theepotjes, huisjes,... De eivorm kan ook i.p.v. aan een kettinkje aan een rechte steel bevestigd zijn. Zie ook theetangetje. [MOT]
Timmermansbijl (v.)
Deze benaming duidt een aantal verschillende bijlvormen aan, die vooral door de timmerlieden gebruikt worden. Deze bijlen komen echter ook bij andere vaklui voor, bv. bij de metselaar om stellingen te maken. Het gaat doorgaans om een bijl van ca 0,6-1,2 kg, met oog, twee vouwen en een hamer; de baan van deze laatste is soms gespleten om er nagels mee uit te trekken. De steel is ca. 30 cm lang. Deze bijl wordt tijdens het bouwen tot allerlei doeleinden gebruikt: een keep houwen, een stuk korter maken, een nagel inslaan enz. Het werktuig is te onderscheiden van de beslagbijl. Kenmerkend voor de Japanse timmermansbijl (1) is zijn L-vormig blad met dubbele vouw. Deze is opgebouwd uit 3 lagen waarvan de middelste hard staal is. Door zijn L-vorm verkrijg je een brede voorzijde en concentreert de massa zich juist boven de snede die voor een betere stabiliteit en bediening zorgt (waardoor je gerichter kan werken). Het maximaliseert ook de kracht van de bijl. De (rechte) snede staat schuin ten...
Timmermansdissel, holle (m.)
De holle timmermansdissel, die nagenoeg dezelfde breedte heeft als de rechte (zie rechte timmermansdissel), maar lichter is (tot 1,3 kg), eindigt ook vaak in een hamer. Hij komt minder vaak voor omdat hij enkel tot het uithollen van goten e.d. dient. [MOT]
Timmermansdissel, rechte (m.)
De West-Europese dissel weegt ca. 0,8-2 kg, heeft een licht gebogen plat blad (ca. 9-12 cm breed) dat vaak in een vierkantig blokje of een ronde stompe punt eindigt. De rechte steel is 60-80 cm lang en wordt met beide handen gevat. De timmerman gebruikt de dissel om balken te beslaan, een keep uit te houwen enz. De scheepstimmerlieden schijnen de voorkeur te geven aan dissels met ronde punt (1). De Japanse timmerman gebruikt ook een rechte timmermansdissel (Japans: chôna) (2) met kortere steel (50-60 cm lang) die net voor het uiteinde L-vormig ombuigt naar het stalen blad toe. Het blad weegt ca. 500 gr en is ongeveer 10 cm breed. De steel past in de dille van het blad en wordt vastgeklemd met behulp van een houten wigje. De Japanse rechte timmermansdissel kan zowel staand als zittend gebruikt worden. Hij wordt gebruikt voor de ruwe bewerking van boomstammen (wegkappen van schilfers spinthout) en voor de fijnere afwerking (glad kappen) van balken en planken. [MOT] (1) HASLUCK 94 noemt...
Timmermansguts (v.)
De timmermansguts is helemaal van metaal vervaardigd en heeft een betrekkelijk smalle kop en, in verhouding tot de hele lengte van het werktuig een kort hol blad met evenwijdige zijden (3-5 cm breed). De snede is recht, de vouw over het algemeen naar binnen gericht. Het stuk dat als hecht dient, heeft een ronde, zes- of achthoekige doorsnede. Deze guts dient om ronde gaten, pengaten enz. uit te hollen, en om de met de avegaar te boren gaten, te doppen. Ze wordt steeds met de houten hamer geslagen. Bijzonder lange (> 50 cm) exemplaren van deze volledig metalen guts worden aangetroffen bij wagenmakers maar het is niet duidelijk of dit een afzonderlijk werktuigtype betreft. Zie ook de types met houten hecht: schrijnwerkersguts, naafguts. [MOT]
Toestel om slaghoedjes in te zetten/uit te stoten (v.)
Toestel dat gebruikt wordt bij het hergebruiken van jachtpatronen. Het dient eerst om het gebruikte slaghoedje uit de huls te stoten. Deze laatste wordt over de messingen vorm met puntig uiteinde geplaatst. Door met de hendel druk uit te oefenen springt het slaghoedje uit de huls. Nadien wordt een nieuw slaghoedje op de vorm met uitsparing gelegd. Hierover wordt de oude huls geplaatst om zo op dezelfde wijze een nieuw slaghoedje in de huls te zetten. [MOT]
Tomatensnijder (m.)
Met een tomatensnijder snijdt men tomaten in gelijke, dunne plakjes. Hij heeft een elftal zaagmesjes (ca. 10 cm lang) in een rechthoekig raampje met een recht hecht. Wanneer men de tomatensnijder bovenop de tomaat plaatst, kan men deze met een zaagbeweging doorsnijden. Hij kan ook schuin gehouden worden terwijl de tomaat langs boven lichtjes duwend over de zaagjes heen en weer gehaald wordt (1). Eventueel is er een bijbehorende slede waarmee men het laatste stukje van de tomaat door de snijder kan duwen, zonder gevaar voor de vingers. [MOT] (1) CAMPBELL: 68.
Tondeuse (kapper) (v.)
De kapper gebruikt een tondeuse voor het millimeteren van hoofd- of baardhaar. In tegenstelling tot de tondeuse voor paarden en runderen is deze van de kapper klein en licht en kan ze met één hand worden gehanteerd. De tondeuse heeft een dubbele metalen kam (ca. 4 cm bij 3,5 cm) met een 30-tal fijne tanden, waarvan het bovenste gedeelte kleiner (ca. 3 cm bij 2 cm) en vervangbaar is. Twee metalen armen - één vast aan het onderste blad en één draaiend rond een spil met veer - zijn voorzien van twee haakjes die de hand tegenhouden. De bewegende arm zorgt ervoor dat de bovenste kam horizontaal over de andere schuift en zo het haar, dat zich tussen de tanden bevindt, afknipt. Zie ook tondeuse voor honden en schapen. [MOT]
Tondeuse voor honden en schapen (v.)
Naast de kleine tondeuse van de kapper, bestaat een tondeuse voor honden en schapen. Men kan haar met één hand bedienen. Ze heeft twee metalen handvatten die met elkaar verbonden zijn door een veer van bladstaal, terwijl de twee uiteinden van elkaar gescheiden zijn, maar wel over elkaar schuiven bij het scheren. Het onderste uiteinde is een metalen kam van ongeveer 5 cm breed met 15 tanden. Het bovenste uiteinde is een vervangbaar mesje dat aan één zijde snijdt en heeft een lengte van amper 5 cm. Men grijpt het haar met een opwaartse beweging tussen de tanden, vervolgens door het werktuig samen te knijpen, knipt men het haar korter. Dezelfde tondeuse met 7 tanden wordt voor schapen gebruikt, de tondeuse met 9 tanden voor runderen. Zie ook hondenscheermes, schapenschaar en de tondeuse voor paarden en runderen. [MOT]
Tondeuse voor paarden en runderen (v.)
Naast de kleine tondeuse van de kapper, en die voor honden en schapen bestaat er een groter model voor paarden en runderen. Het is vrij zwaar (bijna 400 gr) en wordt met beide handen gebruikt. Twee metalen armen, die draaien om een spil, eindigen elk op hun beurt in een rechthoekig blad, dat hetzij naar voren, hetzij zijdelings is gemonteerd. Het onderste rechthoekige blad is groter (ca 8 cm bij 4 cm) dan het bovenste (ca. 7,5 cm bij 3,5 cm) en beide zijn aan de bovenste lange zijde voorzien van 32 tanden voor de paarden. Door de armen van of naar elkaar te bewegen, schuiven de getande bladen horizontaal over elkaar. Het haar dat tussen de tanden terecht komt, knipt men zo af. Het zelfde model maar met 17 tanden wordt gebruikt voor runderen. Zie ook hondenscheermes en tondeuse voor honden en schapen. [MOT]
Tongtang (v.)
Bij sommige behandelingen houdt de arts de tong van de patiënt vast met een tongtang. De kaken variëren naargelang het model. Er bestaan tongtangen met twee ringen als kaken. Ze zijn geribd aan de binnenzijde voor een betere grip. Eén van beide kaken kan ook een ellipsvormige plaat zijn, die in de grotere ringkaak past. Bij nog een ander model bestaan de kaken uit een plaatje met twee gleufjes aan de buitenzijde voor de twee gekromde tanden op de andere kaak. Hierbij zorgen de tanden voor de grip op de tong. De tang kan men in verschillende standen blokkeren door middel van een beugel en haakjes. [MOT]
Tongtroffel (m.)
Handwerktuig met een afgerond, langwerpig (ca. 13-20 cm) blad dat in een omhoog gebogen steel steekt. Het werktuig wordt door de metselaar en de stukadoor gebruikt. Te onderscheiden van de pannenstrijker, maar heeft een breder blad (ca. 4-7 cm). [MOT]
Tonsillenelevatorium (o.)
Het tonsillenelevatorium is een handwerktuig dat de arts gebruikt om de amandelen in de keel vast te nemen en vast te houden. Het is lepelvormig en heeft aan beide uiteinden van de steel een cirkelvormig blad. Te onderscheiden van de balsteker. [MOT]
Toogijzer (o.)
Het toogijzer dient om zware pen en gatverbindingen samen te trekken. Het is een ijzeren kegelvormig staafje van ca. 20-30 cm waaraan een vleugeltje met gat gesmeed is. Het sluitgat, d.i. het gat waarin de toognagel ingedreven zal worden, wordt in de pen enkele millimeter dichter bij de borst geboord dan in de lippen van het gat. Wanneer het toogijzer in het sluitgat gedreven wordt, worden de twee stukken samen getrokken. Het toogijzer wordt dan uit het sluitgat geslagen met een hamer of getrokken door middel van een ander toogijzer dat door het oog van het eerste gestoken wordt (1) Zie ook noodhaak. [MOT] (1) Bv. SCHOLTEN: 158.
Topbijl (v.)
Wanneer grote bomen geveld worden, is het soms nodig ze eerst van hun kruin te ontdoen om te vermijden dat de boom zou blijven hangen, om het gewicht te verminderen en het barsten te voorkomen enz. Dat geschiedt doorgaans met een topbijl. Het gaat om een lichte bijl van ca. 0,8 tot 1,5 kg met betrekkelijk smal (6,5-7 cm) en lang (20-27 cm) blad, op een steel van 40-50 cm. De gespecialiseerde vakman staat op zijn klimsporen en wordt tegengehouden door een touw. Hij werkt meestal met één hand. Indien de houthakker het werk zelf doet, gebruikt hij vaak de houthakkersbijl. [MOT]
Tortillapers (m.)
Deze nieuwe werktuigfiche is in opbouw. [MOT]
Tosti-ijzer (o.)
Tangvormig keukenwerktuig dat bestaat uit twee rechthoekige (ca. 10-20 cm breed; ca. 10-15 cm lang), aluminium, hol uitgewerkte, scharnierende kaken en twee relatief lange (ca. 25-30 cm) armen, vaak met plastic handgrepen. Op de éne kaak worden twee sneden brood met beleg - meestal ham en kaas - gelegd en vervolgens knijpt men het ijzer dicht. Wanneer dat nu boven het vuur gehouden of op de kachel gelegd wordt, worden brood en beleg geroosterd.Zie ook het wafelijzer en hostie-ijzer. [MOT]
Trekduivel (m.)
Hefboom om, naargelang zijn lengte, draad van een afrastering te spannen, bomen omver of stronken uit te trekken, ook om een aan de grond gelopen binnenvaartuig opnieuw in de stroom te helpen (1). Het werktuig bestaat uit een houten of metalen hefboom met op een zekere afstand van het uiteinde als steunpunt een ketting (ook een touw of een kabel) (a) die aan een vast punt vastgemaakt wordt bv. met een kikker. Tegenover die ketting, aan weerszijden en op gelijke afstand ervan zijn twee korte kettingen, kabels of touwen bevestigd die aan het uiteinde voorzien zijn van een haak (b + c). Deze kan in een schakel van een lange ketting (d) gepikt worden die aan de last, draad of boom vastgemaakt wordt. (2) Wanneer men de trekduivel in de richting van de last beweegt, nadert één van de haken (b) de last terwijl de andere (c) zich ervan verwijdert. Nu kan men de haak (c) in een schakel van de lange ketting pikken en de hefboom in de tegenovergestelde richting trekken. Dan komt haak (c) dichter...
Trekmes, gebogen (o.)
Trekmes (zie glossarium) waarvan het blad minder of meer holrond is maar geen halve cirkel vormt. Op de angels steken twee korte hechten. Het gebogen trekmes wordt aangewend wanneer veel hout moet weggenomen worden van betrekkelijk brede stukken (bv. een duig) en om holronde vlakken te bewerken. Zie ook schiltrekmes. [MOT]
Trekmes, hol (o.)
Trekmes (zie glossarium) met U-vormig blad en twee rechte handvatten. Deze kunnen haaks of schuin tegenover de rug van het blad staan, dus nooit in het verlengde van het blad zoals bij het schiltrekmes. De gebogen delen van het blad zijn meestal gelijk maar er bestaan modellen met een verschillende straal (1). Het hol trekmes wordt vooral door de kuiper gebruikt om de holronde zijde van de duigen te bewerken. Zie ook staarttrekmes. [MOT] (1) Een driehoekig trekmes (GELINSKY: 85) is uitzonderlijk.
Trekmes, recht (o.)
Trekmes (zie glossarium) met recht of enigszins gebogen blad van 10-40 cm en twee houten knoppen. Op recente trekmessen zijn deze soms vervangen door twee verstelbare rechte handvatten. Hoewel door de wagenmaker dikwijls als zijn werktuig beschouwd, wordt het recht trekmes door verscheidene vaklui gebruikt. Nagenoeg al de in de lengte bolronde voorwerpen worden ermee gesneden (spaken, sporten, stelen, bomen van ladders enz.) evenals de bodem van een kuip, latten enz. Bomen worden ermee geschild. Het trekmes glijdt over het algemeen niet haaks op het te bewerken stuk maar wel schuin zodat het beter snijdt. Zie ook het gebogen trekmes. [MOT]
Trekschaaf (v.)
De trekschaaf (1)(2) dient om zeer kleine vlakken waar geen andere schaaf aan kan, en de buitenzijde van duigen (3) glad te schaven. Haar blok beweegt niet in de richting van zijn as maar er dwars op. Het kan een gewoon blok zijn (ca. 25/4/2 cm) waarvan beide uiteinden gevat worden door de vakman, of een kort blok met twee handvatten. De zool kan vlak zijn of in de breedte bolrond. Thans wordt de trekschaaf vaak uit metaal gemaakt. Met die werktuigen is het soms mogelijk af te biljoenen (4) (zie afbiljoenschaaf) en lijsten uit te schaven (5); in dat laatste geval kan er een geleider op bevestigd worden, zodat het werktuig op een profielschraper gelijkt (6). Er bestaat ook een dubbel metalen model met een rechte en een concave beitel bv. MOT V 2023.0247 (7). Hoewel de trekschaaf min of meer op dezelfde wijze als een spaakschaaf gehanteerd wordt, is er een groot verschil tussen beide werktuigen. Op de spaakschaaf zijn blad en blok immers evenwijdig, op de trekschaaf staat de beitel schuin,...
Trekschaar (v.)
De trekschaar dient om takken af te knippen waar men met de snoeischaar niet aan kan. Ze wordt o.m. gebruikt bij het verwijderen van takken waar rupsen op zitten, het snoeien van jonge bomen, het plukken van lindebloemen (Tillia) enz. Ze bestaat uit twee 25-30 cm lange hefbomen van de eerste soort, die rond een spil draaien en aan een zijde in snijdende bladen eindigen. Een van de armen is in de vorm van een dille of een angel gesmeed en is op of in een schacht van 2-4 m bevestigd. De andere eindigt in een oog of een katrol. Een touw wordt aan het oog gebonden en rechtstreeks getrokken; het kan ook over de katrol lopen. Naar gelang van de wijze waarop de schaar opengaat, kunnen twee hoofdmodellen onderscheiden worden. Op de trekschaar met tegengewicht eindigt één van de bladen in een zwaar blokje metaal, dat door zijn gewicht de schaar openhoudt. Aan de arm die dat blad verlengt, is het touwtje bevestigd. Aangezien het tegengewicht weinig doelmatig was, werd het door een veer vervangen...
Trektang (v.)
De trektang heeft sterk gebogen kaken om nagels uit te trekken. Hun grijpvlak is bovendien herleid tot het minimum zodat de kaken eventueel onder de kop van de spijker kunnen klemmen en iets in de nagel dringen om een betere houvast te krijgen. Eens de tang de nagel omklemt, wordt de tang in zijn geheel als hefboom gebruikt om de nagel uit te trekken. Men plaatst soms een stukje hout onder de kaak om het houtoppervlak te beschermen.  Sommige modellen hebben een vierkante opening tussen de kaken om moeren los te draaien. Eén van de armen eindigt soms in een schroevendraaier, een bol - ter bescherming van de hand - of een koevoet. Bij deze laatste kan de arm naar buiten gebogen staan doordat er een te krachtige druk op uitgeoefend werd en de tang verbogen werd.  De tang wordt soms ook gebruikt om metaaldraad door te knippen, maar de bek is eigenlijk niet scherp genoeg geslepen voor dit doel. Men gebruikt dan beter een kopkniptang. Haar bek is scherper en meer afgeplat dan die van de trektang....
Trekzaag (v.)
De trekzaag is een grote zaag met stijf blad (zie glossarium) door twee man (1) gehanteerd om stammen en balken dwars door te zagen en om bomen te vellen. Ze snijdt in beide richtingen. Deze zaag bestaat uit een lang getand blad (1,30-2 m) (2) vaak breder in het midden (12-17 cm), en aan de uiteinden, in hetzelfde vlak, twee rechte handvatten (3) van ca. 50 cm. Deze zijn door een dille, een angel of een schroef op het blad bevestigd. Er bestaan nu trekzagen met verstelbare handvatten, die verticaal of horizontaal geplaatst kunnen worden. De te zagen stam wordt op een dwarsstuk gerold en de zagers trekken (ze duwen nooit) de zaag om de beurt. [MOT] (1) In zacht hout konden sommige vaklui de trekzaag alleen hanteren. (2) BOERHAVE BEEKMAN 1949 /5 : 408, afb. 11.09 toont een boom met een omtrek van 13,19 m die omgezaagd is met twee trekzagen die in elkaars verlengde zijn samengelast. (3) De trekzaag met gesloten handvatten (bv. BISTON-BOUTEREAU-HANUS: 247) schijnt zeldzaam te zijn.
Trocart (m.)
Een trocart is een chirurgisch instrument dat de veearts gebruikt voor het laten ontsnappen van gassen bij koeien en schapen, wanneer er gisting ontstaan is door het eten van bv. te veel vers gras. Het is een stalen priem met een driekantige punt die door een buisje, dat bovenaan van een rand voorzien is, omvangen wordt. Het werktuig wordt in de linkerflank van het opgeblazen dier gestoken tot aan de rand. Vervolgens wordt de priem eruit getrokken zodat de gassen via het buisje uit de maag kunnen ontsnappen. Er bestaan sets met bijvoorbeeld drie trocarts van verschillende diameter in één metalen koker. Wanneer geen trocart voorhanden is, wordt soms gebruik gemaakt van een priem op het zakmes, en van een uitgehold stuk vlier. Met de trocart wordt ook het neusschot van een stier doorgestoken om een neusring aan te brengen. Zie ook slokdarmsonde. [MOT]
Troffelzaag (v.)
De troffelzaag dient om uitstekende toognagels en spieën af te zagen. Het is een zaag met tegenliggend (zie glossarium) aan weerszijden getand blad, in het midden op een kort, in een evenwijdig vlak liggend hecht geschroefd. De tanden worden slechts aan één zijde gezet. [MOT]
Trogschraper (m.)
Handwerktuig waarmee de laatste restjes deeg uit de baktrog geschraapt worden. Het is een metalen handwerktuig met een breed uitlopend of vierkantig blad dat zich haaks ten opzichte van het eveneens metalen handvat bevindt (1). Zie ook deegsteker. [MOT] (1) In Groot-Brittannië zijn ook trogschrapers te vinden met angel of met dille en houten hecht.
Tuinklauw (roterende) (v.)
De roterende tuinklauw is een handwerktuig van de tuinier om grond te woelen en te beluchten. Men kan er grond en compost mee losmaken en vermengen en ook onkruid losmaken om het gemakkelijker te wieden. Het werktuig wordt loodrecht op de grond geplaatst dus de steel wordt in horizontale positie geroteerd. Omdat dit belastend is voor het lichaam, is de steel soms telescopisch om de lengte aan te passen aan de gebruiker. Het werktuig bestaat uit een lange steel met een T-handvat, soms S-vormig gebogen, en vier tot zes tanden aan het uiteinde. Er bestaan ook korte (ca. 15 cm) handmodellen met drie tanden. De tanden staan meestal symmetrisch opgesteld en zijn gebogen, soms zijn twee tanden korter. Modellen met rechte tanden gelijken sterk op een woelvork. Met de tuinklauw wordt dieper gewerkt dan met de klauw met lange steel en de klauwkrabber. Voor grotere oppervlakken en professioneel gebruik zijn de woelvork, handcultivator en grondfrees aangewezen. [MOT]
Tuinspade (v.)
Vandaag is het een spade met ijzeren, min of meer rechthoekig of driehoekig blad, ongeveer een derde langer dan breed (ca. 27 x 18 cm), dat in het verlengde van een bol-, T- of D-steel ligt (1). De grootte van het blad is afhankelijk van de kracht die nodig is om de kluit op te tillen en te verplaatsen (2). Het blad van de tuinspade is soms voorzien van een voetsteun om de schoen van de gebruiker niet te beschadigen. Uitzonderlijk wordt een verlengstuk bovenaan op het blad van de tuinspade bevestigd om het werktuig als steekspade te gebruiken (3). Vroeger was de tuinspade ook volledig uit hout. Ze was dan wel beslagen. Afmetingen en vorm van het blad kunnen sterk variëren. In Ierland zijn er zelfs asymmetrische spaden (4). De tuinspade wordt gebruikt om de tuin of de akker om te spitten, om gewassen te verplanten en om te graven (5). [MOT] (1) De lengte van het werktuig kan van streek tot streek sterk variëren. Zo hanteert men in België tuinspaden van zo'n 110-120 cm lang, in Italië werktuigen...