ID-DOC: algemeen zoeken

Hieronder kan u een algemeen trefwoord invoeren en een algemene zoekactie doen. 

Geef ons een seintje als je problemen ondervindt met deze pagina via info@mot.be.

Zoek naar: werktuig


Zoekresultaten 1,001 - 1,050 1,422 resultaten gevonden
Schuimspaan (v.)
Houten, plastic, koperen of roestvrijstalen keukengereedschap met een cirkelvormig (ca. 10-16 cm doorsnede), lichtjes holrond geperforeerd blad aan een lange steel (ca. 25-40 cm) om schuim uit soep, bouillon of confituur te scheppen en om voedsel uit kokend water of hete olie te scheppen en het meteen uit te laten lekken. De steel is lang zodat men steeds op een veilige afstand van het kokende water of het hete vet blijft. De schep van de schuimspaan kan ook een fijnmazige zeef zijn met een metalen rand of voor de helft langs de bovenzijde afgesloten zijn, zodat het uitgelekte voedsel goed in de schep blijft liggen.De brouwer gebruikt een schuimspaan om de gist af te schuimen (1). Zie ook frituurschep. [MOT](1) QUICKE: 271.
Schuivertje (o.)
Onderdeel van peuterbestek naast een eetlepeltje en al dan niet een eetvorkje. Het schuivertje dient om het reeds fijn gemaakt voedsel op de lepel of vork te duwen. Het schuivertje bestaat uit een plaatje van ca. 4 cm bij 2 cm dat haaks op het hecht staat. Het kan uit verschillende materialen zoals zilver, roestvrij staal, plastic, enz. gemaakt zijn. Vaak zijn de zilveren exemplaren versierd omdat ze als geboortegeschenk werden gegeven. Het werkend deel van het plastic model is zo gebogen zodat de excentrische lepel er juist in past. [MOT]
Schulpzaag (v.)
De schulpzaag dient om planken in de lengte, d.i. in dezelfde richting als de vezels, te zagen (vgl. raamzaag, kraanzaag). Het is een grote spanzaag (zie glossarium) (tot 1,2 m) (1) met breed blad (3-5 cm). Dat laatste wordt door twee draaibouten aan de armen bevestigd zodat het kan draaien (zijn vlak kan veranderen tegenover het vlak van de armen) om lange stukken te zagen. Een van de draaibouten is vaak ca. 15 cm lang en dient als handvat. Deze zaag wordt doorgaans verticaal gehanteerd en werkt in één richting, als ze naar beneden geduwd wordt. Zie ook draaizaag en gewone spanzaag. Zie ook de handzaag en de Japanse dubbelzijdige handzaag. [MOT] (1) In China worden de boomstammen met grotere schulpzagen in planken gezaagd (HOMMEL: 227).
Schuurmaliën (v. mv.)
Schuurmaliën (1) zijn handwerktuigen om metaaloppervlakken te polijsten. De polijstlap wordt gevormd door een stelsel van kleine metalen ringetjes die samen een web van ca. 10 x 10 cm vormen, volgens het principe van een maliënkolder. Aan twee tegenoverliggende uiteinden zijn grotere metalen ringetjes bevestigd om de vingers door te steken om de lap stevig te vatten. De maliën zijn meestal bevestigd aan een stroeve lap leer voor de handpalm. Leerbewerkers zoals zadelmakers en gareelmakers (2) gebruiken het handwerktuig specifiek voor het polijsten van smeedijzer beslag (bv. kettingen, bits, gespen, karabijnhaken,...) aan hun werkstukken (3). Ruiters in een cavalerie gebruikten het om paardentuig te doen blinken. Hedendaagse varianten worden gebruikt voor het ontroesten en polijsten van allerlei metalen oppervlakken van bv. kachels of machineonderdelen en voor metalen vaatwerk, als alternatief voor de pannenspons. [MOT] (1) Eigen Nederlandse benaming onbekend. (2) N.L.I. sv 'polissoir...
Schuurpapier (o.)
Schuurpapier dient om een vervaardigd voorwerp glad te wrijven. Het schuren is de laatste bewerking die een voorwerp ondergaat tijdens het vervaardigen. Schuurpapier is een blad papier of stof waarop fijngestoten glas of zand, amaril of ijzervijlsel gelijmd is. Er bestaan verschillende soorten, van zeer grof tot zeer fijn. Een ambachtsman zal het papier gebruiken in combinatie met een schuurblok (1), zoals hierboven afgebeeld. Het schuurblok is een houten blokje waar het schuurpapier in- of omgeklemd wordt om overal dezelfde druk te kunnen uitoefenen. Om dezelfde reden wordt het papier soms ook op een stuk kurk gelijmd. Schuurpapier vervangt de paardestaart (2), de huid van de haai (3) en van de zeehond (4), en gedeeltelijk de puimsteen. [MOT] (1) Zie enkele vormen in CARPENTER: 3-4. (2) GROTHE:212; KARMARSCH: 1.801; ROUBO:3.859. (3) GROTHE: 212. (4) ROUBO: 3.859.
Sealkam (m.)
De sealkam is een metalen, langwerpige (ca. 15 cm) kam met relatief korte (ca. 5-7 mm) en fijne (ca. 1 mm) tanden die de bontwerker gebruikt om bij de verwerking van kort behaarde of geschoren bontsoorten, o.a. zeehonden en -leeuwen, oneffenheden uit te kammen en om gemaakte takkennaden uit te dunnen. Zie ook bontkam. [MOT]
Seegerringtang (v.)
Vele onderdelen van machines worden samengehouden door Seegerringen. Dit zijn hoefvormige borgringen met een gat in hun uiteinden, zodat men ze met de Seegerringtang kan vatten. Er zijn binnenspannende en buitenspannende Seegerringen. De binnenspannende worden in een buis geklemd en moet men samendrukken om ze te plaatsen of te verwijderen. Dit kan met een binnenspannende Seerringtang, aangezien ze gekruiste armen heeft en zo de ring dichtknijpt wanneer men de armen samendrukt. De buitenspannende Seegerringen daarentegen klemmen rond een stuk en dienen opengetrokken te worden om ze te verwijderen of te plaatsen. De buitenspannende Seegerringtang opent de gelijknamige ringen wanneer men de armen samendrukt. Soms belet een stelschroef dat men een ring te ver zou openen. Er bestaan Seegerringtangen met verwisselbare bekken, zodat men elke grootte van ring met één enkel werktuig kan plaatsen en verwijderen. [MOT]
Serveervork (v.)
Met een serveervork kan men makkelijk worsten, aardappelen,... serveren. Zij bestaat uit een U-vormig toeknijpbaar hecht waarvan één uiteinde in twee scherpe tanden eindigt. Aan het andere uiteinde is een plaatje met twee gaatjes bevestigd waar men de tanden van de vork door kan steken. Wanneer men nu een worst of iets dergelijks op de vork prikt en het hecht toeknijpt, wordt deze eraf geschoven door het naar voren schuivende plaatje. De taartschep werkt op een vergelijkbare manier. [MOT]
Sifontang (v.)
Men kan kwetsbare cilindrische delen makkelijk vastnemen met een sifontang. Aan de binnenzijde van de kaken zijn immers vaak kussentjes bevestigd om bij het draaien niets te beschadigen. De kussentjes zijn met schroeven op de kaken bevestigd en kunnen vervangen worden. De kaken staan licht schuin op het vlak van het werktuig om makkelijk te kunnen werken op moeilijk bereikbare plaatsen. De tang kan tevens door een bout versteld worden om de opening tussen de kaken te vergroten of te verkleinen. Deze bout vormt ook het scharnier van de tang. Andere loodgieterstangen zijn de pijptang, de fitterstang, de pijp-en fitterstang en de waterpomptang. [MOT]
Sigarenkistopener (m.)
De sigarenkistopener is een handwerktuig waarmee men een sigarenkistje kan openen. Het heeft een plat, afgerond, stomp blad met een kleine inkeping langszij, en een recht hecht. Met het afgerond uiteinde snijdt men het papieren bandje rond het deksel van de kist los en met de inkeping wrikt men het nageltje los. Bij sommige modellen is er ook een hamerkopje aanwezig om het nageltje er terug in te slaan. Soms is de sigarenkistopener gecombineerd met een sigarenschaartje. Hetzelfde werktuig werd ook gebruikt door groothandelaars die hun waren, voornamelijk fruit en groenten, in kistjes verhandelden (1). De sigarenkistopener kan ook een onderdeel zijn van een zakmes. [MOT] (1) Paul Duflos. Outillage pour le travail du bois. Tarif nr. 5. 1920: 13 marteaux-couteaux pour primeurs.
Sigarenkopsnijder (m.)
De sigarenkopsnijder is een toestel waarmee de sigarenmaker het vuureinde en/of het mondeinde van een sigaar kan afsnijden. De arm voor de hefboom van de tweede soort bevindt zich aan de korte zijde van een houten snijplank. Daarop is vaak een maataanduiding en verstelbare geleider aangebracht langs een groef waarin de sigaar ligt, om de gewenste lengte te bekomen. Het werktuig werd vaak aan het houten bord bevestigd waarop de sigaar gerold werd. Er bestaan diverse varianten. Aan een model is een stevig blad bevestigd, dat scharniert zoals een slagschaar langs een ijzeren plaat op de korte zijde. Bij een ander model snijdt een scherp stuk scharnierend metaal, waartussen de sigaar past, de kop van de sigaar af. Zie ook het sigarenschaartje waarmee de roker het topje afknipt voor de sigaar op te steken. [MOT]
Sigarenschaartje (v.)
Het sigarenschaartje is een handwerktuig waarmee men het topje van een sigaar afknipt, voordat men ze opsteekt. Het kan een kleine schaar zijn (ca. 6-10 cm) met twee halvemaanvormige bladen of waarvan één blad een ronde uitsnijding heeft en het andere een holronde snede. Een ander model heeft een blad met een ronde uitsnijding - waar het topje van de sigaar in past - en een recht snijblad dat door middel van het hefboomprincipe langs de uitsnijding bewogen kan worden. Ook is er de mogelijkheid om een V-vormige uitsnijding aan het monduiteinde van de sigaar aan te brengen. Soms is dat laatste sigarenschaartje gecombineerd met een sigarenkistopener of is het een onderdeel van een zakmes. [MOT]
Sigarensnijwieltje (o.)
Het sigarensnijwieltje bestaat uit een kort (ca. 8 cm) houten hecht, waaraan een ijzeren snijwieltje met ca. 2 cm diameter is bevestigd. Met dit radertje versnijdt de sigarenmaker het dekblad op maat, het buitenblad van hoge kwaliteit tabaksbladeren om de geperste bosjes in te draaien. Het kostbare dekblad werd spaarzaam versneden en met de richting van de aren mee (1). Dit handwerktuig is niet te verwarren met andere kleine snijwieltjes zoals het behangsnijwieltje. [MOT](1) BERTRAM S., Leidraad bij de techniek der sigarenfabricage, en de melanges voor het sigaren- en tabaksfabrikaat, Culemborg, 1899: 29.
Sigarettenvuller (m.)
De sigarettenvuller is een handwerktuig waarmee men lege filtersigaretten kan vullen met tabak. Het is een langwerpige (ca. 10 cm lang) metalen cilinder (ca. 1 cm doorsnede) waar een uitschuifbaar buisje in zit dat men kan openen en vullen met tabak. Eenmaal gevuld klapt men het dicht en schuift men er een lege sigarettenhuls over. Wanneer het buisje terug in de cilinder - waar aan het benedenuiteinde een plaatje zit dat als stamper fungeert - geduwd wordt, komt de tabak in de sigarettenhuls terecht. Modernere modellen zijn van plastic.  De sigarettenvuller is te onderscheiden van de pillenschieter van een dierenarts. [MOT]
Sikkel (v.)
Handwerktuig met een halvemaanvormig of licht gebogen blad (ca. 20-60 cm) waarvan de snede soms voorzien is van kleine - schuin naar het handvat toe - tandjes, en door middel van een angel bevestigd aan een kort hecht (ca. 10-15 cm). De sikkel, die zo'n 200-500 gr weegt, wordt gebruikt om (winter)graan, gras, bonen enz. te oogsten. Met één hand houdt men de stengels vast, met de andere - waarin men de sikkel houdt - snijdt men ze af. Over het algemeen wordt dus door wrijving gesneden. Het hakken gebeurt evenwel ook (1). Uitzonderlijk werd een getande sikkel gebruikt als haarmes, om de boter te haren, d.w.z. een kluit boter in alle richtingen doorsnijden om er de haren, strootjes e.d. uit te halen (2). De Japanse sikkel heeft een langwerpig, relatief kort (ca. 15-20 cm) blad dat haaks aan een ca. 30-40 cm lange steel bevestigd is. De snede is lichtjes holrond; de rug is bolrond en relatief breed (ca. 2-6 mm). Die sikkel weegt zo'n 150 gr en wordt gebruikt om gras te snijden en rijst te...
Singelspanner (m.)
Dit wigvormig houten handwerktuig (ca. 15 cm hoog en 7 cm breed), bestaat uit een plankje met aan het smalste uiteinde een vijftal scherpe pinnen op één rij. De andere zijde is met jute of andere stof afgewerkt, zodat het stevig maar toch zacht tegen de handpalm wordt aangedrukt. Het dient om de singel over de stoelzitting te spannen, net als de sinteltang. Het werktuig wordt met de rechterhand bediend, terwijl men met de linkerhand de singel stevig vasthoudt. Bij een ander model singelspanner is de breedste zijde wigvormig uitgezaagd, waardoor het werktuig tegen de zogenaamde blinde regels (de latten die nog bekleed zullen worden) kan geplaatst worden. De pinnen aan de andere zijde van het werktuig haken tegelijkertijd stevig in de singel vast (1).De singelspanner is ook in gebruik bij taxidermisten om de dierenhuid op te spannen rond de vorm. Niet te verwarren met de robber, of het strekhout. [MOT] (1) VELU: 9-12.
Singeltang (v.)
De stoffeerder kan de singel of de draagband onder de zitting van een stoel spannen met een singelspanner of een singeltang. Deze tang heeft een zeer brede ellipsvormige en vaak geribde bek. Het grijpvlak is groot zodat de singel volledig in de breedte kan vastgenomen worden en met een gelijkmatige druk kan aangespannen worden. De stoffeerder laat de tang op het hout steunen en drukt beide armen vervolgens naar beneden. Met de andere hand kan hij de singel vastspijkeren. De arm van sommige modellen eindigt in een koevoet en soms kan men een ring over de armen glijden om het werktuig toe te houden. Ze is verwant aan de spantang van de schilder en de zwiktang van de schoenmaker. [MOT]
Sinteltang (v.)
De sinteltang is een ca. 150 cm lang ijzeren handwerktuig met tanden, waarmee men de sintels uit de verwarmingsketel of een oven kan nemen. Er bestaan twee modellen. Bij het eerste eindigt het werktuig in drie haakse tanden waarvan een rond de as beweegt. Door een handvat te draaien, gaan de tanden open of dicht. Bij het tweede model gaan de tanden, die in de asrichting liggen, open of dicht door het duwen of trekken aan een beweegbare stang. De sintels kunnen ook verwijderd worden met een werktuig dat sterk gelijkt op een vuurtang maar van grotere afmetingen is. De sinteltang maakt samen met een rakelijzer, een pook en een vuurschop deel uit van een stel van drie of vier werktuigen. [MOT]
Sjabloneerkwast (m.)
Kwastje dat wordt gebruikt bij het sjabloonschilderen om de verf in de uitgesneden gedeelten van het sjabloon, bestaande uit letters, figuren of versieringen, aan te brengen. Je kan er ook, in combinatie met een sjabloneerrooster, verf mee spatten. De sjabloneerkwast bestaat uit een ronde en recht afgesneden kwast van stevig kort (ca. 2 cm) wit varkenshaar (breedte ca. 0,4 - 3,7 cm), gedeeltelijk omgeven door een metalen huls waarin, langs de andere zijde, een kort (ca. 6 cm) houten handvat steekt. [MOT]
Sjabloneerrooster (m.)
Het sjabloneerrooster is een werktuig om met een sjabloneerkwast verf te spatten. Bijvoorbeeld "een blad spatten, d.i. een plantenblad op een papier leggen en dan door metaalgaas (sjabloneerrooster) heen er waterverf op sprenkelen; na afloop is de vorm van het blad wit gebleven en het papier eromheen fijn gespikkeld." (1) Het bestaat uit een klein (ca. 13 bij 8 cm) metalen zeefje (maaswijdte ca. 1 mm) met een kort (ca. 5 cm) handvat in metaaldraad. [MOT] (1) V.D.
Sjouwershandhaak (haven) (m.)
Metalen S-vormige haak (ca. 30 cm) met recht of T-hecht, die in de havens door de sjouwer gebruikt wordt om "sterke kisten of kratten en andere goederen te verplaatsen wanneer de verpakking en de inhoud er niet door worden beschadigd" (1). Hij is te onderscheiden van de handhaak voor balen en de handhaak voor hout. [MOT] (1) JANSE: 27.
Slaag (tegelbakker) (m.)
Met de slaag slaat de tegelbakker de reeds gedeeltelijk gedroogde kleiplaat vlak, vooraleer hij de tegel op het gewenste formaat snijdt. Het is een hardhouten vierkant of rechthoekig werktuig met rond hecht. Het werkend deel is steeds groter dan de te bekomen tegel. Het vlak slaan vergt een grote behendigheid omdat de tegel overal even dik moet blijven. [EMABB]
Slagersmes (o.)
Met een slagersmes snijdt men grotere stukken vlees en brengt men het in vorm. Een slagersmes heeft een lang (ca. 25-35 cm) en stevig lemmet met een snede die naar het uiteinde toe gebogen is, eindigend in een scherpe punt. Het houten of plastic hecht is zo gevormd is dat de hand niet kan wegschuiven bij het snijden. [MOT]
Slagerszaag (v.)
Met een slagerszaag worden beenderen van geslachte dieren in stukken gezaagd. Zij heeft een langwerpig - veelal vervangbaar - zaagblad (ca. 25-35 cm lang) dat in een boogvormig frame gespannen zit met een recht hecht of een pistoolkolf. Zie ook het tweehandig vleeshakmes. [MOT]
Slagijzer (turfsteker) (o.)
Lange (ca. 150-200 cm), dunne (ca. 6 mm) ijzeren stang met dille verbonden aan een rechte houten steel (ca. 100 cm) met een hoek van ca. 135°. Als de turf veel water bevat en het onmogelijk is om hem met de vleugelspade te steken, wordt met de baggerbeugel de bagger uit de kuil geschept en op het heideveld verspreid in "banken" waarvan de breedte overeenstemt met de lengte van het slagijzer en 10 à 15 cm dik is. Op de lichtgedroogde bagger wordt met het slagijzer op regelmatige afstanden (10 à 20 cm) geslagen. Bij het volledig uitdrogen barst de specie op de ingedrukte lijnen zodat het verdelen in kluiten wordt vergemakkelijkt. [MOT]
Slagringsleutel (m.) / Slagsteeksleutel (m.)
Respectievelijk een zware ringsleutel (ca. 17-50 cm) en steeksleutel, uit schokbestendig verend smeedstaal of chroom vanadium en met een verbreed uiteinde, gebruikt voor het muurvast aan- en losdraaien van moeren bij zware machines. Dit doet men door met een moker of pneumatische hamer op de zijkant van het uiteinde te slaan. [MOT]
Slagstempel (m.)
Metalen stempel die met een hamer geslagen wordt. Het is een metalen staaf van 5-20 cm met de stempel op het uiteinde. De slagstempel dient om een vervaardigd voorwerp te merken. Hoofdzakelijk metalen producten (ijzeren werktuigen, tinnen borden of gouden sieraden) maar ook houten (een meubel (1), een kuip (2), een wagen (3), en soms een gevelde boom (4). [MOT] (1) JANNEAU: 86. (2) LEGROS 1949: 189. (3) MEISCHKE: 37. (4) Zie ook blesbijltje en stempelhamer (houthakker).
Slamand (v.)
Komvormig recipiënt van vertinde staaldraad met twee hengsels waarmee men de mand afsluit of opendoet. Stop de gewassen sla erin en zwier de slamand rond; het water zal doorheen de mand naar buiten geslingerd worden. Een modern model is de slacentrifuge. Deze is van plastic en volledig dicht, met een geperforeerd mandje binnenin. Door middel van een krukje worden de tandwielen in het deksel in beweging gebracht; het geperforeerd mandje draait rond en het water wordt eruit geslingerd en opgevangen in de trommel. Het mandje kan ook ronddraaien door aan een touwtje te trekken. [MOT]
Slangklemtang (v.)
Deze nieuwe werktuigfiche is in opbouw.Zie ook de automobieltang en seegerringtang. [MOT]
Slatang (v.)
Met een slatang (ca. 25-35cm lang) kan men makkelijk sla serveren. Ze is veelal van hout, eventueel van plastic of roestvrij metaal. Meestal is één kaak lepelvormig en de andere vorkvormig. Zie ook uitjestang. [MOT]
Sleepcultivator (hand) (m.)
Met de manueel getrokken sleepcultivator (1) wordt de grond tot vrij grote diepte (ca. 7-15 cm) omhoog gehaald en opengewerkt en het daarop groeiende onkruid losgemaakt. Hij wordt ook gebruikt om kluiten te breken. Het werkend deel, meestal in de breedte verstelbaar, bestaat uit een oneven aantal gebogen ijzeren tanden met driehoekig punt. Het wordt vastgeschroefd aan een ijzeren steel van ca. 120 cm waarvan het uiteinde (ca. 25 cm) is omgebogen en voorzien is van een dwarsbalk (ca. 35 cm). Zie ook cultivator (hand). [MOT] (1) Er bestaan ook sleepcultivatoren die door een paard worden getrokken.
Sleg (v.)
De sleg is een zware (tot 5 kg) houten hamer met lange steel (70-100 cm) om palen in de grond te slaan, hout te kloven, een dikke pen in een gat te drijven, grond aan te stampen (1), enz. De sleg kan uit een ruw stuk hout vervaardigd zijn of beslagen zijn met een metalen band. Ze wordt zo mogelijk uit een kwasterig stuk gemaakt. Zie ook dolhamer. [MOT] (1) Bv. DE MAS: 382. Zie ook grondstamper
Sleutel voor DIAZED-smeltveiligheid (m.)
Bij sommige industriële smeltveiligheden, o.a. bij de DIAZED-schroefveiligheden (1), kan men de stroomsterkte wijzigen door de zogenaamde pasring of contactschroef te vervangen. Om de ring los of aan te schroeven, gebruikt men een sleutel voor DIAZED-smeltveiligheid. (2) De sleutel bestaat uit een gespleten houten handgreep met veer en omsluitende ring eindigend in twee ijzeren pinnetjes. Er bestaat ook een model waar het uiteinde vervangbaar is (3). Zie ook tang voor smeltveiligheid. [MOT] (1) DIAZED staat voor "DI"ametral "A"bgestufter "Z"weiteiliger "ED"ison. (2) In het Nederlands spreekt men soms van een sleutel voor pasring omdat men in het Duits spreekt van Passschraubenschlüssel. (3) ''Cimco 1950'': 52.
Sleutel voor ontromer (m.)
Bij een ontromer, d.i. een machine die de room van ruwe melk verwijdert, hoort een sleutel om de ‘bol’ – het centrifugerende cilindrische deel van de ontromer – los te schroeven voor reiniging. Deze sleutel voor ontromer kan de vorm hebben van een haaksleutel met gaffelvormige bek of van een ringsleutel met binnenin de ring nokjes om in de gleufjes van de bol te grijpen. [MOT]
Sleutel voor rolschaatsen (m.)
Kleine pijpsleutel gecombineerd met twee ringsleutels of met een schroevendraaier, waarmee de rolschaatsrijder zijn schaatsen aan zijn schoenen aanpast (1). Een ander model bestaat uit een kleine (ca. 12 cm) dunne dubbele ringsleutel. [MOT] (1) Het gaat hier om schaatsen die door middel van riempjes aan de schoenen bevestigd worden.
Slijmmes (o.)
Het slijmmes is een handwerktuig om te slijmen, d.i. de slijmen die zich aan de binnenzijde van dierlijke kransdarmen bevinden, te verwijderen. Na het spoelen kan de darm gevuld worden tot worst (zie ook worsthoorntje en worstspuit). Het slijmmes bestaat uit een dik (ca. 5 mm), niet snijdend blad (ca. 13 bij 2 cm) met stompe punt, dat door middel van een angel in een houten hecht is bevestigd. Dat laatste is voorzien van een beslagring en een koperen stootplaatje. De darm wordt meestal over een plank, die rechtop in een emmer staat, of over de tafelrand gelegd. Met de linkerhand wordt het begin van de darm stevig vastgehouden. Met het slijmmes in de rechterhand wordt er over de darmwand geschraapt tot de slijmerige massa volledig is verwijderd. Enige handigheid is hiervoor nodig om de darmwand niet te beschadigen. Slijmen wordt ook met de rug van een zwaar mes gedaan. Om de kransdarmen te reinigen wordt er ook gebruik gemaakt van een slijmhout. “Men neemt den (binnenste buiten gekeerde)...
Slijpsteen (m.)
Fijnkorrelige cilindervormige zand- of kunststeen (10-80 cm), op een as geplaatst, voor het slijpen van gereedschappen (1). Aan één uiteinde van de as is een draaikruk bevestigd zodat de steen met de hand in beweging gebracht kan worden. De steen draait in een bak (2) met water om het slijpsel af te voeren en zo de steen proper en scherp te houden. Het water zou er ook voor zorgen dat het stuk koel blijft. Het geheel wordt vaak op een onderstel bevestigd; andere kunnen opgeborgen worden in een houten koffer. De rondtrekkende scharenslijper gebruikte meestal een slijpsteen die op een stootkar, kruiwagen of fiets stond. Sommige slijpstenen worden ook wel met de voet, met behulp van een pedaal, aangedreven. In dat geval kan de slijper zelf de steen in beweging brengen, anders moet dit werk door een tweede persoon uitgevoerd worden. Sommige slijpstenen hebben ook een houten of ijzeren steun om het werktuig vast te zetten terwijl het geslepen wordt. Na het slijpen mag de steen niet in het...
Slijpsteenscherper (m.)
De slijpsteenscherper is een handwerktuig voor het scherpen van een handmatig bediende slijpsteen in amaril of carborundum of de slijpschijf van een tafelslijpmachine. Het slijpvlak wordt na veelvuldig gebruik namelijk oneffen en bot en raakt gevuld met zeer fijne metaaldeeltjes. Men rondt er ook slijpstenen mee af die niet meer concentrisch draaien. Het meest voorkomende model heeft een recht metalen of houten hecht (ca. 25-35 cm) en een vervangbaar werkend deel met doorgaans twee, drie of meer gekartelde wieltjes, vervaardigd uit zeer hard staal. Aantal en diameter zijn afhankelijk van de te behandelen slijpsteen. De wieltjes worden haaks en van links naar rechts over de volledige breedte van de roterende slijpsteen bewogen om het oppervlak te verruwen. De tandwieltjes zijn opgehangen aan een beschermende stalen kap, die het gezicht en de handen van de gebruiker tegen wegschietend stof en gruis van de slijpsteen beschermt. De vlakke stalen plaatjes hebben twee uitstulpingen om het handwerktuig...
Slokdarmsonde (v.)
De slokdarmsonde dient om in de slokdarm van het vee vast zittende voorwerpen - zoals stukjes aardappelen of voederbiet - voort te duwen tot in de maag. Zij wordt tevens gebruikt om de gezwollen pens, de eerste afdeling der maag van herkauwers, te ledigen van opgestapelde gassen (zie ook trocart). De slokdarmsonde is een buigzame buis (ca. 140-200 cm) in leer of spiraalsgewijs gewikkelde ijzerdraad of rubber met aan het uiteinde een mondstuk in hout of metaal en, in de buis, een puntige houten stang. Aan het ander uiteinde is soms een houten dwarsstuk voorzien om de bek van het dier open te houden. [MOT]
Sloopbeitel (m.)
De sloopbeitel is een ronde of vierkantige stalen staaf (70-120 cm) met een breder kopeinde, die onderaan plat uitgesmeed is, bestemd voor zwaar sloopwerk, het opbreken van bestratingen en het lichten van spoorwegbalken (zie ook handspaak). Het is een zwaardere (ca. 5 kg), uitvergrootte versie van het breekijzer maar er wordt niet met de hamer op geslagen. Zie ook rooiijzer. [MOT]
Slotgatbeitel (m.)
De slotgatbeitel is een gebogen beitel, al dan niet met borst, in de Angelsaksische landen ook met dille, waarmee men smalle gaten uitholt. De vouw is zeer scherp om zo weinig mogelijk weerstand te bieden. [MOT]
Sluitingssleutel (m.)
De sluitingssleutel is een kleine metalen sleutel met een V-vormige sleuf. Hij wordt voornamelijk op boten gebruikt om vastzittende harpsluitingen aan kabelkettingen los te maken. Dat zijn metalen sluitingen tussen uiteinden van twee kettingen. Ze hebben de vorm van een hoefijzer met twee ogen, waar een sluitbout of pinnetje doorgaat en stevig vastzit. Om dit pinnetje los te maken, schuift men de harpsleutel over het uitstekende deel. De harpsleutel wordt onder meer gebruikt door watersporters en (zee)scouts. Hij is voorzien van een oog om hem vast te maken aan andere scheepswerktuigen. Hij kan onderdeel zijn van een zeemansknipmes en is vaak gecombineerd met een schroevendraaier en flesopener voor kroonkurk. [MOT]
Slöjdmes (o.)
Het slöjdmes is maar één van de handwerktuigen die men in het Zweedse slöjdonderwijs gebruikt (1). De rug van het lemmet loopt recht door tot aan de punt, terwijl de snede in lichte boog richting punt buigt. Een ander model slöjdmes is voorzien van een ''drop-pointlemmet'': een breed gevormd lemmet dat min of meer symmetrisch in een punt uitloopt. Het houten hecht is breder (tot 3 cm) dan het lemmet en ligt goed in de hand. De houtsnijder gebruikt dit scherpe mes om hout te snijden en te kerven, in het bijzonder bij sierhoutsnijwerk. Naast dit mes wordt tijdens het slöjdonderwijs gebruik gemaakt van passer, hamer, beitel, zaag, enz. Zie ook het steekmes (houtsnijder) en het kerfmes. [MOT] (1) VAN DALE: 2617 slöjd is een onderwijsmethode die zich de alzijdige ontwikkeling van het kind ten doel stelt en deze tracht te bevorderen door het te laten werken met karton, klei en hout, LEFEBURE: 155-166.
Smeedhamer (m.)
De smeedhamer is hét werktuig van de smid, waarmee hij al het smeedwerk verricht, al dan niet samen met een voorhamer. Het is een tamelijk zware (ca. 500-2000 gr) hamer met een vrij dikke wigvormige pen, die in sommige gevallen in hetzelfde vlak ligt als de steel (ca. 30-35 cm) (1). De baan is lichtbol en de scherpe kanten moeten zorgvuldig zijn weggenomen daar het te bewerken ijzer anders niet vlak afgewerkt kan worden (2). Te onderscheiden van sommige modellen bankhamers die lichter zijn. Zie ook hoefsmeedhamer. [MOT] (1) In dit geval spreekt men van een kruispen (''Tech-term'': 7). (2) VAN DONGEN: 78.
Smeedtang (v.)
De hitte en de trillingen veroorzaakt door het hameren, dwingen doorgaans de smid het bewerkt stuk met behulp van een tang te grijpen. Om het stuk zo goed mogelijk te houden, moet het werktuig het stuk nauw omsluiten. Vandaar de zeer verschillende vormen van de bek. De gewone smeedtang met platte bek heeft twee rechte kaken die in de lengte een groef vertonen voor een betere grip en eventueel ook om kleine ronde voorwerpen vast te houden. De smid beschikt over een stel van dergelijke tangen. Bij de eerste komen de twee kaken tegen elkaar wanneer de armen samengeknepen zijn, bij de volgende, blijven ze op een bepaalde afstand zodat dikkere stukken gevat kunnen worden zonder dat de armen te wijd van elkaar komen te staan. Bij de holle tang zijn de kaken in de lengte hol. Naargelang ze ronde of vierkantige stukken moeten houden, zijn ze zelf rond of vierkantig. Andere tangen met ronde bek maken het mogelijk moeren, schijven e.d.m. te smeden. De U-vormige kaken zijn bestemd voor platte stukken....
Smeltkroes (m.)
Een smeltkroes is een recipiënt waarin metaal wordt gesmolten om te solderen of te gieten. Om hem uit het vuur te nemen, gebruikt men een kroestang. Bij fijnere beroepen met kleine hoeveelheden metaal zoals de edelsmid en prothesist is het een klein metalen vuurvast kommetje (ca. 4-7 cm doorsnede) met of zonder pootjes, eventueel met een handvat en een uitschenktuitje. Voor het gieten gebruikt de edelsmid een smeltlepeltje. In metaalgieterijen gebruikt men voor vloeistofmassa's van meer dan 10 kg grote modellen van smeltkroezen met een steel tot 1,5 meter of modellen zonder steel die in een grote draagbeugel worden geplaatst en met twee personen gevat (1). [MOT] (1) DUPONTCHELLE, J.: Manuel pratique de fonderie, 1914, 114.
Smeltlepeltje (o.)
Een smeltlepeltje is een klein metalen of porseleinen vuurvast lepeltje (ca. 15 cm lang) met een uitschenktuitje, dat de edelsmid gebruikt om was in te smelten. Met de was wordt een positief model gemaakt dat - eens gestold - gebruikt zal worden om een negatieve gietvorm te maken; het wederom positieve gietsel in deze mal zal het originele model in ieder detail weergeven. Zie ook smeltkroes. [MOT]
Smetlijn (v.)
Met roet, houtskool of kleurstof ingewreven touw waarmee een rechte lijn afgetekend wordt. De lijn wordt in een potje gestoken waar de kleurstof met water gemengd werd. Ze wordt door twee vaklui gespannen op de te beslagen of te zagen stam of balk, op de sporen van een dak enz., vervolgens in het midden opgelicht en losgelaten. Door de slag spat de kleurstof van het touw af en wordt een lijn afgetekend (1). De Japanse smetlijn is opgerold op een in een houten potje geplaatste spoel. In het potje ligt een spons of iets dergelijks met kleurstof. Bij het afrollen glijdt de lijn over de spons en wordt ze automatisch met kleurstof ingewreven. [MOT] (1) Vandaar ook slaglijn (GROTHE: 182). In het Frans is cingler (ook battre la ligne) de geijkte uitdrukking voor smetten.
Snapper (m.)
De snapper is een smidswerktuig bestaande uit een ijzeren afgeknotte kegel, piramide of cilinder (ca. 10 cm hoog), met een bolvormige uitsparing (diam. ca. 2-30 mm) in één uiteinde waarin de kop van de (klink)nagel gevormd wordt. Bij het klinken, d.i. verschillende stukken ijzer of staal aan elkaar bevestigen door klinknagels, gebruikt de smid, na het aanstuiken van een klein kopje aan de klinknagel met de smeedhamer, een snapper om de kop van de nagel, ook wel sluitkop genoemd, te vormen. Klinknagels dikker dan ca. 1 cm worden gewarmd, voordat er een sluitkop wordt aangebracht; voor dergelijke klinknagels wordt soms een snaphamer gebruikt, d.i. een snapper met een houten steel. Eerst wordt de snapper loodrecht op de aangestuikte kop geplaatst en met de smeedhamer geslagen. Nadien wordt de snapper schuin op de te maken sluitkop geplaatst zonder de plaat te raken en dit in 4 richtingen (schuin naar achter, links, rechts en voor) (1). Soms is de snapper gecombineerd met een ophaler, voorzien...
Sneeuwzaag (v.)
Ongeveer 50-60 cm lange en ca. 5 cm brede zaag met doorgaans zeer grote tanden (1) - vergelijk met het diepvriesmes - waarmee sneeuwblokken gezaagd worden om een iglo te bouwen. De lengte van het handwerktuig is beslissend voor de grootte van de blokken die gezaagd kunnen worden; de breedte om genoeg kracht te kunnen uitoefenen bij het losmaken van die blokken (2). Niet zelden wordt de sneeuwzaag zelf gemaakt (3). [MOT] (1) Al worden ook lange messen zonder tanden gebruikt. (2) HAGEN: 56-59. (3) Zo bv. PRATER: 82: "use a piece of tempered aluminium alloy about 1/8-inch thick, 2 inches wide and 26 inches long. Attach a wooden handle to one end, leaving 20 inches for the cutting blade. Hacksaw serrations in it for the cutting teeth."