Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 15,381 - 15,390 15,468 resultaten gevonden
Paproerder (m.)
Handwerktuig om de pap in de pot of ketel boven het vuur te roeren. Het bestaat uit een ijzeren sikkelvormig werkend deel (ca. 10 cm) dat ofwel in het verlengde van ofwel haaks op de steel (ca. 45 cm) staat. Laatstgenoemde is al dan niet voorzien van een houten handvat. Een ander model heeft de vorm van een houten keukenspatel waarvan het werkend deel doorboord is (1). [MOT] (1) Bv. WEYNS 1974: 446.
Jaarverslag 2024
Stage smeden
Priem (mandenmaker) (m.)
De mandenmaker gebruikt een metalen priem met stompe (1) punt of een houten of benen (2) werktuig om een ruimte tussen tenen te vergroten waar een andere teen tussen geduwd wordt (vgl. splitshout, -ijzer). [MOT] (1) Zie in HANSEN 1945: pl. 13 een priem die op het voegijzer van de metselaar gelijkt. (2) Het been loopt puntig uit en het gewrichtsuiteinde (epifyse) dient als hecht; het kan ook in een houten hecht steken (WEYNS 1950: 118). [MOT]
Dakspaankloof-Doe
SWAP
Glasvorm-Doe
Palingschaar (v.)
O.m. in België en Nederland verboden (1) vistuig om aal en paling (2) in de modder van rivieren en binnenwateren te steken. Het dier raakt tussen de bladen van de palingschaar geklemd, in tegenstelling tot bij vissperen met weerhaken, zoals de botprik, waarmee men de vis doorboort (3). Ze bestaat uit een metalen vork met 3 à 7 stevige, platte, brede (ca. 5 cm), dicht bijeenstaande bladen en een lange (ca. 1,20-10 m) (4) houten steel met dille. De bladen - die aan de binnenzijde voorzien zijn van inkepingen of van een scherpe zijde - zijn waaiervormig geschikt en met een dwarsverbinding samengehouden (5). In de Zuiderzee maakte men ook gebruik van een "(zeil)elger", een hark met scherpe punten, die door een bootje werd getrokken. In 1911 werd dit vistuig verboden (6). Te onderscheiden van de vuurzweep. Zie ook palingtang en veerharpoen. [MOT] (1) Gelegenheidsvissers gebruikten de palingschaar tot na W.O. II (JOHNSON: 107). In 1929 werd ze nog te koop aangeboden bij Léon Seutin (Grétrystraat...
Botprik (m.)
De botprik is een brede platte smeedijzeren vork met acht tot tien geweerhaakte scherpe tanden en een dille, waarin een lange houten schacht steekt. De visser gebruikt hem in ondiep water om paling of platvissen zoals bot en pladijs te prikken (1). Niet alleen kan de vis niet wegglippen door de weerhaken, hij wordt ook doorboord door de scherpe punten, waarmee deze speer zich onderscheidt van de palingschaar, die de paling klemt. De doorboorde vis kan best snel geconsumeerd worden. Deze visprik is verwant aan andere vissperen en harpoenen, pijlvormige werptuigen, op een schacht gestoken en met weerhaken op de punten. [MOT] (1) V.D. (1989) en W.N.T. s.v. botprik. Er zijn diverse regionale benamingen voor vissperen naargelang het model en de soort vis maar deze beschrijving komt overeen met de botprik, een term die vooral in Noord-Nederland in gebruik was. In Vlaanderen dienden deze meertandige speren om paling te vangen, zodat diverse termen met 'paling' of 'aal' circuleren.
Looi-Doe