Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 4,391 - 4,400 15,468 resultaten gevonden
Breekijzer (o.)
Ronde of vierkantige stalen staaf - ca. 20-40 cm lang (1) - die onderaan plat uitgesmeed is, bestemd voor licht sloopwerk (vergelijk sloopbeitel). Het breekijzer heeft vaak een breder kopeinde zodat men er beter met de vuist (metselaar) op kan slaan. Omdat het staal snel omkrult als er op wordt geslagen, wordt er wel eens ter versteviging een beslagring aangebracht. Breekijzers worden ook soms van versleten ijzervijlen gemaakt. Wanneer het breekijzer een licht gebogen uiteinde heeft, wordt er niet met de hamer op geslagen maar wordt het als hefboom gebruikt. In dit geval is het te onderscheiden van de koevoet. Zie ook koubeitel. [MOT] (1) Tot 18 cm worden ze koubeitel genoemd, d.i. in feite een beitel die gebruikt wordt voor het koud doorhakken of inkepen van metalen.
Botervorm (m.)
Werktuig of recipiënt waarmee men vormen uit boter kan maken. Het kan een - meestal houten - recipiënt zijn met een motief op de bodem en/of de wanden. Soms is er een recht handvat aan één van de zijden. De boter moet zacht zijn bij het vullen en stijf voor deze uit de vorm gehaald wordt. Er bestaan ook tweedelige houten botervormen die met een pen en gatverbinding verbonden zijn en waar gesmolten boter ingegoten wordt; wanneer de boter stijf is, wordt de vorm opengemaakt (1). Nog een ander model bestaat uit een houten of plastic omhulsel (ca. 5-8 cm lang) waarin zich een beweegbaar middenstuk bevindt met een plaatje, waar al dan niet een patroon ingedrukt is. Deze botervormpjes dienen om porties voor één persoon te maken. Wanneer het van plastic is, moet het vormpje eerst in warm water gedompeld worden vooraleer het op een plak boter geplaatst wordt; wanneer het van hout is, moet het eerst in ijswater gedompeld worden opdat de boter niet zou blijven plakken. Wanneer men het botervormpje...
Brandhoutzaag (v.)
Spanzaag (zie glossarium) om brandhout te zagen. Haar armen lopen niet evenwijdig: het blad is langer dan het touw. Een van de armen steekt onder het blad uit en dient als handvat. In één arm van sommige zagen is een handvat uitgesneden (1). Vandaag de dag wordt de gewone spanzaag door een metalen boogzaag vervangen, die ook voor het vellen van kleine bomen gebruikt wordt. Het te zagen brandhout wordt meestal op een zaagbok gelegd. De zaag werkt in beide richtingen en wordt horizontaal of schuin gehouden. [MOT] (1) Bv. GOZIN: fig. 34.
Bovenzadel (o.)
Smidswerktuig dat wordt gebruikt, al dan niet in combinatie met een onderzadel, om ijzeren staven op een bepaalde maat rond te smeden of een bepaalde vorm, gelijk aan de vorm van het zadel, te geven - zoals bijvoorbeeld het smeden van een rond uiteinde aan een staaf. Het werktuig bestaat uit een hamervormig werkend deel waarvan één uiteinde meestal voorzien is van een halfronde (diam. ca. 1-10 cm) goot of ander profiel en het andere uiteinde een vlakke baan heeft. Dat werkend deel wordt door middel van een steel (ca. 40 cm) van hout of van zware ijzerdraad gehouden terwijl er met de smeedhamer of een voorhamer op geslagen wordt. Bij het smeden van kleine stukken gebruikt de smid een zadeltang. [MOT]
Braadspit (o.)
Grote (ca. 40-50 cm) metalen priem met een draaizwengel of een opwindmechanisme waardoor het braadspit gaat draaien. Men spietst een kip erop en door het draaien boven het vuur of in de oven wordt het vlees gegrild. Eventueel zijn er twee verstelbare U-vormige beugeltjes waarmee het vlees goed vast gezet kan worden. [MOT]
Breeuwhamer (m.)
De breeuwhamer is een betrekkelijk dunne (ca. 5 cm doorsnede) maar lange (ca. 20-40 cm), ronde houten hamer die licht (ca. 600-1400 gr) en zeer veerkrachtig moet zijn (1). Hij wordt aangewend om met behulp van een breeuwbeitel werk in de naden van een vaartuig te kloppen, opdat het waterdicht zou zijn. Op beide uiteinden bevinden zich ijzeren ringen die conisch van vorm zijn; in het geval van slijtage van de baan van de hamer kunnen deze naar achteren geduwd worden. Soms steken in de uiteinden stukken gewei (2) of koehoorn (3) opdat ze harder zouden zijn. Het middenstuk van de hamer is breder en ovaalvormig in doorsnede; het wordt verstevigd met twee (koperen) klinknagels. In het middenstuk bevindt er zich centraal een oog waarin de ronde steel steekt die veelal een stuk boven het hoofd van de hamer uitsteekt. Een uniek kenmerk van de breeuwhamer zijn de longitudinale gleufjes - meestal met een rond gat doorheen het centrum van de gleuf - die zich aan beide zijden van het oog bevinden...
Briefopener (m.)
Metalen, houten, benen, ivoren of plastic mes (ca. 20-25 cm lang), meestal uit één stuk, met een plat en smal (ca. 0,5-1 cm) blad dat naar het uiteinde versmalt. De snede is niet scherp en de punt is relatief stomp. Met een briefopener kan men gemakkelijk briefomslagen en boeken opensnijden; men steekt hem respectievelijk in de vouw van de omslag of tussen twee nog niet gesneden bladen van een boek en snijdt die dan langs de vouw open. Soms is de briefopener aan het andere uiteinde nog voorzien van een zakmes. Bij een ander model briefopener zit een vlijmscherp mesje (ca. 3 cm) in een rechthoekig, plastieken handvat verwerkt, dat niet dikker is dan 4 mm. Dit type briefopener is niet te verwarren met het vouwbeen. [MOT]
Brideernaald (v.)
Met een brideernaald kan men gevogelte of stukken gevuld vlees opbinden. Zij zien eruit als grote stopnaalden met een speervormige punt en een oog groot genoeg om er een katoenen touwtje door te steken. De grootte varieert naargelang het stuk vlees dat opgebonden moet worden (ca. 14-30 cm lang). Er bestaan ook brideernaalden met omgebogen punt om vlak onder de huid of om botten heen te werken. Meestal worden brideernaald en lardeerpriem in een set van 2 naalden en 12-15 priemen van verschillende grootte bewaard (1). De slager gebruikt een koordnaald om ham te binden. [MOT] (1) (CHANCRIN & FAIDEAU: 736).
Briketvorm (m.)
De briketvorm is een langwerpig ijzeren raam waarin briketten worden gevormd. Onderaan en zijdelings zijn er vlakke en afgeronde staven om vijf tot tien rechthoekige briketten te vormen. Aan beide uiteindes is er een kort handvat om de vorm te hanteren als hij gevuld is. Briketten dienen als brandstof voor het vuur. Ze verbranden langzaam onder een  betrekkelijk grote gloeihitte. Na verbranding van steenkool werd het gruis verzameld en vermengd met klei te drogen gelegd tijdens de zomermaanden (1). Er werden ook briketten geperst van houtskool of turf. De briketvorm is te onderscheiden van metalen modellen van de steenvorm. Zie ook de briketpers en briketroller. [MOT] (1) Onder meer bij de verwerking van hop werden briketvormen gebruikt om steenkoolgruis te recupereren. Ze waren zeer gangboor tijdens oorlogsjaren en voor er cokes werden gebruikt (Hopmuseum Poperinge).
Breeuwbeitel (o.)
De breeuwbeitel is een kort (ca. 12-30 cm) stalen werktuig zonder hecht met een plat en veelal waaiervormig blad en met een hoofduiteinde in de vorm van een paddenstoel. De rand is ofwel scherp, stomp of voorzien van één of meerdere overlangse groeven. Met het breeuwijzer wordt werk, d.i. in teer gedrenkt geplozen touwwerk, in de naden van een houten vaartuig gedreven, opdat het waterdicht zou zijn. Er bestaan verschillende vormen die allemaal een eigen functie hebben binnen het proces van het breeuwen: zo is er een wigvormig breeuwijzer dat - wanneer nodig - de naad verwijdt om er vervolgens het werk in te drijven met een ander breeuwijzer. Dit "enkel" breeuwijzer is stomp en soms lichtjes gebogen. Het werk wordt dan met nog een ander, "dubbel" breeuwijzer dieper in de naden gedreven die vervolgens worden opgevuld met pek. De snede van dat laatste werktuig is in de breedte soms holrond. De afmetingen hangen af van de breedte van de naad. De breeuwijzers worden gebruikt in combinatie...