Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 4,381 - 4,390 15,468 resultaten gevonden
Bloemenschaar (v.)
Op de kaken van de bloemenschaar is een v-vormige veer bevestigd. De punt van de 'v' zit vast op de draaispil en de beide uiteinden ervan, op de uiteinden van de kaken; soms is de veer vervangen door twee repen ijzer, die haaks op de kaken bevestigd zijn. Er bestaat een kort model, van zo'n 15 cm, en een lang, van zo'n 60 cm. Het lange model gelijkt enigszins op een etalagetang of afvaltang. Met de bloemenschaar kan men de stengel van een bloem doorknippen én vasthouden: wanneer men knipt, drukt men de veer dicht of komen de twee reepjes naar elkaar, en vat men de stengel tussen de armen of de veertjes. Vaak kan men het werktuig sluiten met twee haakjes aan de ogen van de schaar wanneer men het op zak draagt. [MOT]
Bovenvolder (m.)
De bovenvolder wordt, al dan niet in combinatie met een ondervolder, gebruikt bij het insmeden van kragen en halzen. Hij wordt tevens gebruikt voor het verlengen van staven of banden, het opstuiken van een voetje aan het uiteinde van een staaf en om een lokale verdunning aan te brengen. De bovenvolder bestaat uit een halfronde - soms ook trapeziumvormige - hamerkop (diam. ca. 0,5-8cm) en een vlakke baan, waarin een houten steel (ca. 35-45 cm) steekt. Op de baan van het werkend deel wordt met een smeedhamer of een voorhamer geslagen. [MOT]
Boterstempel (m.)
Houten of keramische rol of schijf met een stempelindruk waarmee boter gedecoreerd wordt. Wanneer het een rol betreft, is deze vergelijkbaar met de deegrol voor koekjes, maar hij is wel korter (ca. 10 cm); de schijf (ca. 1-3 cm dik en 2-10 cm doorsnede) is vierkantig of rond, met een handvat in het midden van de bovenzijde. Deze is te onderscheiden van de houten broodstempel. Zie ook botervorm. [MOT]
Botermesje (o.)
Mes (ca. 15-18 cm) met een spatelvormig niet-snijdend blad, dat aan het uiteinde puntig of afgerond is. Met het botermesje neemt men een kluitje boter uit het botervlootje en brengt het op het brood. Zie ook boterlepel. [MOT]
Boomnaald (v.)
De naald maakt het mogelijk een koordje onder een op de grond liggende stam te duwen om er de omtrek van te meten. Het is een dun gebogen stokje van ca. 80 cm waaraan, op het einde, een touwtje gebonden is. Het kan ook een metalen staafje zijn. In dat geval steekt het touwtje door een oog. [MOT]
Blokschaaf (v.)
De blokschaaf (1) is een korte schaaf (tot ca. 30 cm) met vlakke zool en soms een hoorn; zeer kleine blokschaven met hoorn zijn soms monoxiel. De neus van sommige modellen is uitgesneden opdat de hand van de vakman op het bewerkt stuk niet zou wrijven. Men onderscheidt de ruwe blokschaaf van de zoete blokschaaf. De eerste dient om de kleine stukken glad te schaven, die met de voorloper niet bewerkt kunnen worden. Omdat ze voor ruw werk bestemd is, had ze vroeger geen keerbeitel (2). De zoete blokschaaf daarentegen heeft er wel een. Ze dient om dezelfde stukken zuiver te schaven. Sommige zoetschaven hebben boogvormige zijkanten om langs gebogen randen te kunnen schaven (Fr. navette). Om het werktuig doelmatiger te maken, wordt vaak een keerbeitel op de ruwe blokschaaf bevestigd (3). Het onderscheid ruwe/zoete blokschaaf is dan overbodig (4). De Japanse blokschaaf (Japans: jo shiko hira kanna), zonder keerbeitel, heeft een wat ruw uitzicht. Nochtans wordt zij in plaats van schuurpapier,...
Braadrooster (m.)
Op een braadrooster kan men een snede brood, een stuk vlees of vis boven hete kolen of een vlam roosteren. Zo'n rooster is van ijzer(draad) gemaakt, heeft al dan niet pootjes en kan enkel of dubbel zijn. Deze laatste kan men dichtknijpen; de as bevindt zich aan het kopuiteinde. [MOT]
Brandhaak (m.)
De brandhaak is een ijzeren haak die door middel van een dille en een veer verbonden is aan een heel lange steel (ca. 400-650 cm). Boven de haak is meestal een stomp cilindervormig of plat (1) uiteinde voorzien (2). De brandhaak wordt gebruikt om bij een uitbrekende brand gaten in het strooien dak van de schuur te maken, het stro of het riet van een dak te trekken om te beletten dat het vuur zich uitspreidt. Om het vuur te helpen doven worden de gevels en muren met het stompe uiteinde van de brandhaak omvergeduwd. Zie ook bootshaak. [MOT] (1) Bv. Feuerwehrgeräte-Fabrik Konrad Rosenbauer: 35. (2) Brandhaken met één of twee ringen waarin een touw of een stok aan bevestigd wordt om met meerdere mensen te kunnen trekken, lijken veel minder voor te komen.
Brandweerbijl (v.)
De brandweerbijl dient vooral om deuren en vensters open te breken maar wordt voor allerlei doeleinden aangewend (1). Thans gelijkt ze sterk op een houthakkersbijl. De rechte steel eindigt vaak in een kleine bol om betere grip te bieden. Niet zelden is er onderaan het blad een inkeping om nagels uit te trekken en verstevigt een veer de verbinding tussen steel en werkend deel (2). Heel courant is een puntbijl, d.i. een bijl met tegenover de snede een zware punt (3). Ook hier treft men vaak een of twee ve(e)r(en) aan. Heden bestaan er brandweerbijlen uit een vonkvrije legering gemaakt. De steel kan kort zijn (zo'n 35 cm) of lang (zo'n 80-90 cm). De korte steel vertoont over de hele lengte vaak lichte bulten om beter grip te bieden; wanneer hij geïsoleerd is, is hij doorgaans gekarteld. De steel van sommige modellen eindigt in een zware ijzeren punt. [MOT] (1) Bv. om een noodhaak in de muur te drijven. Bepaalde modellen komen frequent voor in legeruitrusting en bij veiligheidsuitrusting....
Brandstempel (m.)
Handwerktuig waarmee voorwerpen of dieren (vroeger mensen) (1), door verschroeiing worden gemerkt. Het is een metalen stempel (ca. 3-10 cm) eindigend in één of twee handvatten, op een schacht gestoken. Het werktuig kan ook bestaan uit losse letters die door middel van een bout in een houder bevestigd worden of die in een tang gevat worden. Wegens de hitte zijn handvatten en schacht doorgaans lang (tot ca. 50 cm). Het gebrande stempel is groter dan het geslagene en kan een eigendomsmerk zijn, een fabricatiemerk of een versiering. De brandstempel is nu vaak door de natte stempel met inkt of verf verdrongen. [MOT] (1) Het brandmerken van mensen werd in België slechts in 1849 afgeschaft (DE WIN P.).