Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 4,251 - 4,260 15,468 resultaten gevonden
Kalkoensleutel (m.)
Om te voorkomen dat een beslagen paard op ijs uitglijdt, kunnen enkele gewone nagels door ijsnagels vervangen worden, dat zijn nagels met een beitelvormige of piramidale kop die onder het ijzer uitsteekt. Dergelijke nagels verslijten snel en moeten dan vervangen worden; daardoor wordt het nagelgat steeds breder, houden de nagels minder goed en kan vuil in de hoef dringen. Men kan ook hoefijzers met vaste kalkoenen en stoten gebruiken, maar wanneer deze versleten zijn, moeten de ijzers afgenomen worden, opnieuw scherp gemaakt en ondergelegd. Om die problemen te voorkomen gebruikt men hoefijzers met verwisselbare kalkoenen, die o.m. door middel van een schroefdraad bevestigd zijn. Het in- en uitschroeven van de kalkoenen gebeurt met een kalkoensleutel. Meestal is dat werktuig samengesteld uit een vierkante ring- en/of steeksleutel, soms ook een alligatorbeksleutel (zie glossarium), een punt of een hoefkrabber om het vuil uit de schroefgaten te verwijderen en een draadsnijtap (voor metaal)...
Kanthaak (voor stam) (m.)
De kanthaak dient tot het wentelen van stammen, soms van balken (vgl. palter en zethaak). Met een modern model, met name log jack (1) is het bovendien mogelijk een stam op te lichten om hem door te zagen. Het werktuig bestaat uit een houten stang van ca. 1,20-1,75 m, waaraan door middel van een ring een zware metalen haak vastgemaakt is. Die haak draait rond een spil. Het onderste uiteinde is met een metalen plaat beslagen of eindigt in een metalen punt die het mogelijk maakt met het werktuig te duwen (2). In de haak zijn soms gaten geboord; hij is dan door middel van een bout vastgemaakt en kan versteld worden. De kanthaak (voor stam) wordt zoals de palter gehanteerd behalve dat de stang aan de ring vast is. Over het algemeen werken twee of drie man te samen. Wanneer alleen gewerkt wordt, worden soms twee kanthaken gebruikt die om beurt de stam verder rollen. De kanthaak (voor stam) wordt vooral in de zagerij of op de opslagplaats gebruikt. De houthakker verkiest de lichtere palter....
Kabelschoentang (v.)
Om een kabelschoen op een elektrische kabel te bevestigen, gebruikt men een kabelschoentang. Er bestaan verschillende modellen, die alle tot doel hebben de schoen goed op de kabel te drukken. Eén model bv. is een hefboomtang en heeft kaken die overlangs geribd zijn. Een ander model heeft uitsnijdingen van verschillende grootte in één kaak en uitsteeksels die op het uiteinde holrond zijn op de andere kaak. De uitsteeksels passen in de uitsnijdingen en knijpen de schoen goed om de draad, die tussen de kaken gevat wordt. Nog een ander model heeft een reeks holronde uitsnijdingen van verschillende grootte aan beide kaken; de spil zit aan het uiteinde. Eventueel zijn deze uitsnijdingen aan zowel de binnen- als de buitenzijde van de kaken aanwezig en kan men de tang 'binnenste buiten' draaien. De kabelschoentang maakt soms ook deel uit van de draadstriptang. [MOT]
Kaassnijmes (o.)
Groot mes (ca. 35-55 cm) waarmee een stuk kaas gesneden kan worden.  Het kan een langwerpig blad hebben waarvan rug en snede parallel lopen en dat een afgerond uiteinde heeft, bevestigd in een recht hecht. Het blad kan echter ook aan beide uiteinden een hecht hebben, zodat men aan beide zijden druk kan uitoefenen. De twee hechten kunnen beide in het vlak van het blad liggen, maar één ervan kan ook dwars ten opzichte van het blad bevestigd zijn; de snede kan dan recht of gebogen zijn. Het recht mes werd ook gebruikt om de blokken zeep in stukken te snijden. Zie ook kaasmesje. [MOT]
Kalkhouw (v.)
De kalkhouw wordt gebruikt door de metselaar en de stukadoor om de kalk te roeren of te mengen, door de steenbakker om klei te mengen. Het werktuig bestaat uit een rechthoekig, afgerond blad (9 cm bij 15 cm) dat door een dille schuin aan een rechte, zo'n 1,40 m lange houten steel is bevestigd. Er bestaan ook bredere modellen met twee ronde gaten in het blad. Te onderscheiden van de hak. Zie ook roerhaak (metselaar) waarmee beton wordt bereid. [MOT]
Kachelhaak (m.)
De kachelhaak is een handwerktuig om het deksel van (vul)kachels te openen en te sluiten, alsook de asbak uit te trekken en om het rooster te schudden. Het bestaat uit een ronde staaf, voorzien van een afgeplat lipje. Het andere uiteinde, dat als handvat dient, kan haakvormig zijn. Een ander model, met de kachel meegeleverd, bestaat uit een geknikt, plat gietaluminium handvat met langs een uiteinde een taps toelopend omgebogen (90°) lipje – om het deksel en de laden te openen - en aan het andere uiteinde een opening; op de kop is het voorzien van een gleuf. De opening wordt over de bedieningsstang van de kachelrooster geschoven. Sommige modellen zijn te onderscheiden van de pook (kachel) en de koevoet. [MOT]
Kabelschaar (v.)
De kabelschaar wordt door de elektricien gehanteerd om draden voor leidingen door te knippen met een rechte snede. In vergelijking met diverse draadkniptangen, is ze doorgaans groter en steviger en knipt ze dikke draad egaal door zonder deze te vervormen. Er zijn heel wat variaties op de kabelschaar. De armen kunnen geleed zijn en al dan niet geïsoleerd. Een zwaar model kan gelijken op een boutenschaar of een plaatschaar. [MOT]
Karn (bokaal) (v.)
Werktuig waarmee men melk opklopt om er zo de boterdelen uit te halen. Het bestaat uit een glazen recipiënt (ca. 10 cm breed; ca. 15-20cm hoog) waarin één of meerdere houten of metalen schoepjes zitten, die in beweging gebracht worden door een houten of metalen zwengel. Deze karn is te onderscheiden van de mayonaiseroerder. [MOT]
Kaasboor (v.)
De kaasboor is een handwerktuig waarmee de kaasmaker een staaltje uit een bol kaas kan boren. Het bestaat uit een langwerpig, halfcilindervormig blad dat aan het uiteinde vaak smaller is en dat in een recht hecht bevestigd is of een ring als handvat heeft. Zie de graanboor, die ook dient om een monster te steken. Beide zijn te onderscheiden van de appelboor. [MOT]
Kelnersmes (o.)
Samengesteld werktuig waar de professionele wijnkelner bij zweert om flessen te ontkurken. Het bestaat uit een kurkentrekker en een mesje die uitgeklapt kunnen worden. Soms is er ook een flesopener voor kroonkurk aanwezig die tevens als steunpunt voor de hefboom (tweede soort) dient. Hij rust dan op de hals van de fles als de kurk getrokken wordt. Met het mesje kan het halslood doorgesneden worden. Een merkwaardig model bevat een uitklapbare hefboom dat werkt volgens het hefboomprincipe van de eerste soort (1).  Een nieuwer model werkt met een heugel. De spiraal wordt in de kurk gedraaid en met een op-en neerwaarste beweging van hecht, waardoor een borgbeugel over een getande stang loopt, worden spiraal en kurk uit de fles gehaald. Nadien kan men door de borgbeugel op te lichten het systeem terug in zijn gesloten vorm brengen. Er is ook een uitschuifbaar mesje aanwezig om het halslood door te snijden. Zie ook zakmes. [MOT] (1) WATNEY & BABBIDGE: 71, fig. 62.