identificatiecode
beroep
holotype
alias
alias
akkermik (syn.) (GOOSSENAERTS s.v. kotermik)
eermik (syn.) (GOOSSENAERTS s.v. kotermik)
Handwerktuig om tijdens het ploegen de ploegschaar en het rister te ontdoen van planten, aarde of mest, om de mest in de voor te duwen, om de eg bij te sturen, om op het kader van de eg te drukken zodat ze dieper in de grond zakt op plaatsen waar de grond meer weerstand biedt, om aardkluiten te breken na het eggen en om de eg schoon te maken.
Het werkend deel van de ploegstok bestaat uit een kleine ijzeren spatel (breedte ca. 5-8 cm), op de hoeken licht afgerond en een dille met veer waarin een lange steel (ca. 100 cm) steekt.
Eenvoudige modellen bestaan uit een gaffelvormige tak (1) of uit een stok waarvan het dikste uiteinde is afgeschuind.
Soms is de ploegstok gecombineerd met een prikstok met 1 tand. [MOT]
(1) Volgens LEGROS: 112 kan deze tot 2,5 meter lang zijn.