"Werktuig dat de metselaar gebruikt voor het afpleisteren van stoepen, kelderkoekoeken (d.i. een keldergat) en dergelijke kleine muuroppervlakken." (1)
De stukadoor gebruikt het voor allerlei werkzaamheden zoals o.a. kalk of mortel glad strijken op moeilijk bereikbare (kleine) oppervlakken, inwendige hoeken bijwerken, enz.
De pleistertroffel bestaat uit een klein (ca. 7-10 cm) metalen blad dat met een omgebogen steel aan een recht hecht is bevestigd. Het blad is ofwel driehoekig met een spitse of stompe punt ofwel langwerpig en afgerond.
Zie ook metselaarstroffel. [MOT]
(1) JELLEMA: 30.