Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 4,431 - 4,440 15,468 resultaten gevonden
Castreerschaar (v.)
Biggen worden meestal gecastreerd in hun eerste drie levensweken. Dat gebeurt op de volgende wijze: nadat er met een scalpel een incisie gemaakt is in de balzak - zodat de teelballen vrij komen te hangen - wordt de zaadstreng zodanig gedraaid totdat hij breekt. Bij jonge biggen gebeurt dat met behulp van enkele afklemtangen of zelfs met de hand. Bij biggen die al enkele maanden oud zijn, is de zaadstreng al relatief groot en gebeurt de castratie met een castreerschaar (1). Eén kaak ervan is rechthoekig (ca. 5 cm bij 1 cm) met een langwerpige uitsnijding die langs één zijde groefjes en langs de andere zijde een scherpe snede heeft, de andere kaak heeft een holronde snede. De kaken kunnen met behulp van een klemschroef aangeschroefd worden. Na de incisie wordt de zaadstreng met de kaken gevat, die hard dichtgeknepen en met de klemschroef vastgezet worden; men draait de tang enkele keren rond tot de zaadstreng breekt en vervolgens knijpt men ze volledig dicht opdat de testikel afgesneden...
Cichoreirooivork (v.)
De cichorei (Chicorium intybus L. var. foliosum) kan met behulp van een spade, een vork of een ploeg gerooid worden (1), maar ook met een bijzonder hulpmiddel, de cichoreirooivork. Ze heeft twee korte (ca. 25 cm) tanden die in het midden uit elkaar gebogen zijn - de afstand tussen de tanden is ca. 2 cm - en die bevestigd zijn aan een korte, houten T- (2) of D-steel (ca. 30 cm).  De cichoreirooivork wordt achter de plant in de grond gestoken. Door de steel van de vork naar achter te drukken kan men de wortel van de plant gemakkelijk uit de grond trekken. Zie ook bietenrooivork, uitzetvork. [MOT] (1) SIMON: 13. (2) Soms steekt de steel niet in het midden van het handvat (zie MOT V 2012.0554).
Combinatietang (v.)
De combinatietang is een samengesteld werktuig dat verschillende taken kan uitvoeren. De bek kan ronde en vlakke stukken grijpen. Vaak zijn volgende werktuigen toegevoegd: een draadknipper, een draadkniptang, een draadstriptang, een schroevendraaier, een ruimer en soms een splitpentrektang, moertang of een rondbektang. De armen zijn al dan niet geïsoleerd. Op een model komen een combinatietang en een kopkniptang samen voor doordat beide armen van de tang 180° rond de draaispil kunnen draaien. Zo kan steeds één van de twee werkende delen gebruikt worden. [MOT]
Comedonendrukker (m.)
Lepelvormig werktuig dat de arts gebruikt om een comedo of meeëter te verwijderen. De comedonendrukker wordt met het gaatje (ca. 2-3 mm), dat zich in het midden van de lepel bevindt, rond de comedo geplaatst. Door het werktuig voorzichtig tegen de huid aan te drukken komt de meeëter te voorschijn (1). Sommige modellen zijn voorzien van een miliënmes. Het werktuig is te onderscheiden van een balsteker. [MOT] (1) Volgens STAFFE: 162 kan men de comedo ook wegnemen met de vingers.
Daimborstel (m.)
Met een daimborstel verwijdert men het oppervlakkige vuil van kleren of schoenen van daim door voorzichtig over de vlek te borstelen. Men wrijft er ook de haartjes weer mee recht. Borstel met lederen toefjes (ca. 1 cm lang) of rubberhaar, eventueel gecombineerd met nylonhaar of koperdraadjes. Deze laatste dienen om hardnekkig vuil te verwijderen. De smalle rubberen rand kan geribbeld zijn om aan moeilijke plaatsen te kunnen. [MOT]
Cichoreischep (v.)
De cichoreischep is een handwerktuig om de net gebrande cichoreibonen op te scheppen of om ze vanuit de brandtrommel rechtstreeks in te gieten. Na het brandproces moeten ze snel afkoelen wegens het gevaar op zelfontbranding. Een model gelijkt sterk op een eestschop maar de houten bak met opstaande randen is aan de binnenkant met metaal beslagen of het gaat om een volledig metalen bak. Bij een recipiëntvormig model zijn er wieltjes onder de bak gemonteerd om de cichorei vlot naar de afkoelingsvloer of opslagplaats bij de maalderij te brengen (1). [MOT] (1) VAN DER LINDEN Renaat, Cikorei, in Uitgaven van de Koninklijke Bond der Oostvlaamse Volkskundigen, XXXII: 19.
Citroenknijper (m.)
Men gebruikt de citroenknijper om halve schijfjes of partjes citroen uit te persen. Vooral bij de thee wordt deze tang samen met het schijfje citroen aangeboden. Men plaatst het schijfje tussen de kaken van de tang en drukt de armen dicht. Het sap loopt via het gootje in het kopje. Meestal is deze tang van metaal. Net als de citrusboor dient hij om slechts enkele druppels sap te bekomen. Zie ook citruspers. [MOT]
Citrusboor (v.)
Kleine (ca. 6-8 cm lang), buisvormige boor van plastic of aluminium, eventueel met een trechtervormig uiteinde met schenktuitje, dat in een sinaasappel of citroen gedraaid wordt. Wanneer men nu daarin knijpt, loopt het sap uit het buisje. Het is net als bij de citroenknijper de bedoeling om slechts enkele druppels sap te bekomen. Om meer sap te bekomen, gebruikt men een citruspers. [MOT]
Chocoladevorm (m.)
Met een chocoladevorm kan men, naast gewone chocoladetabletten, ook holle chocoladefiguurtjes maken. Om chocoladetabletten te maken wordt de gesmolten en getempereerde chocolade (d.i. op de werktemperatuur van 25-30° brengen door bijvoorbeeld een gedeelte van de massa op een marmerblad uit te spreiden en met een spatel te doorwerken) in stukken verdeeld en met de hand gekneed om de lucht te ontrekken. Dan spreidt men de chocolade, in de voorverwarmde vormen, gelijkmatig met de hand of met een papieren tampon en laat het geheel trillen waardoor luchtblaasjes naar het oppervlak komen, die men openprikt. Men strijkt het geheel glad en laat het afkoelen. Door de krimp van de chocolade komt hij makkelijk uit de omgedraaide vorm, eventueel door een lichte diagonale buiging ervan. Op dezelfde wijze kan men ook andere figuren maken, zoals blaadjes, waarvan de vorm een metalen plaatje (ca. 15-40 cm lang; ca. 10-15 cm breed) is waar een reeks gelijke figuren zijn ingedrukt. Holle chocoladefiguurtjes...
Ceseel (o.)
Zware geheel metalen steenhouwersbeitel met dubbele vouw waarvan de hoek tussen 10° en 40° bedraagt, afhankelijk van de hardheid van de steen. De rechte snede is tussen ca. 3,5-12 cm en meer breed. Soms heeft het ceseel een houten hecht, gebruikt voor zachtere steensoorten (1). Na het steenoppervlak bewerkt te hebben met de bouchardbeitel of de bouchardhamer gebruikt de steenhouwer hoofdzakelijk een ceseel om te scharreren (2) en te frijnen. Dit is het steenoppervlak eerst ruw bewerken en daarna afwerken door het aanbrengen van ribben en (smalle) groeven waarbij deze bij het frijnen evenwijdig liggen en bij het scharreren niet. Hiervoor kan ook een vlecht worden gebruikt. In tegenstelling tot het bordijzer, waarmee men enkel langs de rand van het te bewerken vlak werkt, bewerkt men met het ceseel het hele vlak. De richting van het snijvlak wordt enigszins schuin t.o.v. de reeds bestaande rand geplaatst. [MOT] (1) BESSAC: 121. (2) Door JELLEMA: 47 ook schreren genoemd.