werktuig
Palingtang (v.)
De visser kan palingen makkelijk vasthouden met een palingtang. Deze vissen
zijn zeer bewegelijk en glad en glijden makkelijk weg. De kaken zijn vrij
lang en geribd voor een betere grip. Kort bij de draaispil blijft er een
opening tussen de gesloten kaken, zodat men de vis niet verplettert. Ter
vervanging van deze tang nemen sommige vissers een vod of wat zand in de
handen, waardoor ze een betere grip verkrijgen op de vis. Net als bij de
visserstang is de buitenzijde van één van de kaken vaak getand, zodat men
de schubben van de vis makkelijk kan afkrabben. Zie ook palingschaar. [MOT]